ITEM METADATA RECORD
Title: Trieste vedetten? Assisenverslaggeving in Vlaamse kranten
Other Titles: Sad stars? Court reporting of murder cases in Flemish newspapers
Authors: De Cock, Rozane
Issue Date: 8-Sep-2007
Series Title: KUL. Nieuwe reeks van doctoraten in de sociale wetenschappen vol:117 pages:59
Abstract: In ons doctoraatsonderzoek “Trieste
vedetten? Assisenverslaggeving in
Vlaamse kranten” gingen we na of enkele aantijgingen aan het adres van
gerechtsverslaggeving ook echt opgaan.
Critici stellen immers dat gerechtsverslaggeving almaar toeneemt en
sensationeler wordt waardoor er sprake is van ‘tabloid justice’: het lijkt
alsof de pers bepaalt wie schuldig is en wie niet. De schokkende en sappige aspecten van de
misdaden worden volgens hen overbelicht waardoor de ontspanningsfunctie van de
pers de bovenhand haalt en de informatieve rol naar het achterplan
verdwijnt. In ons onderzoek zoomden we
in op de zwaarste misdrijven: de misdaden die in België behandeld worden door
de volksjury en magistraten van het hof van assisen. Het overgrote deel van het publiek heeft geen
persoonlijke ervaring met misdaad of de gerechtelijke wereld. Net in die situatie zijn mensen aangewezen op
mediavoorstellingen. Wij gingen na of er
effectief sprake is van een toenemende persaandacht en of er een
stijlverandering valt op te tekenen in de krantenberichtgeving over assisen
doorheen de tijd. Hiervoor voerden we
een kwantitatieve inhoudsanalyse (1919-1999) uit, analyseerden het
metafoorgebruik in deze nieuwsartikels en namen diepte-interviews af met
assisenverslaggevers.

Om een
vergelijking doorheen de tijd en tussen kranten mogelijk te maken, kozen we in
ons onderzoek voor vijf jaartallen (1919, 1939, 1959, 1979 en 1999) en zeven nu
nog bestaande Vlaamse algemene dagbladen (Gazet van Antwerpen, De Morgen, De
Standaard Het Belang van Limburg, Het
Laatste Nieuws, Het Nieuwsblad en Het Volk).
Per jaartal kozen we vijf van de gemiddeld 25 assisenprocessen die er
per jaar plaatsvinden in Vlaanderen. Op
toevallige wijze werd telkens één proces per Vlaams hof van assisen geselecteerd. Dit leverde ons uiteindelijk 578
geanalyseerde assisenartikels op.
Achtereenvolgens bekeken we de algemene persaandacht voor assisen, de
manier van verslaggeving, de kenmerken van een proces en de betrokkenen in
relatie met de persaandacht en ten slotte vergeleken we de aanpak van de
verschillende kranten.

We concludeerden dat er geen
algemene “tabloid justice”-tendens vast te stellen valt binnen de Vlaamse pers
tussen 1919 en 1999. Heel wat
vormaspecten wijzen in de richting van tabloidisering (meer foto’s, grotere
titels, meer kleur in 1999) maar andere vormkenmerken (bv geen krimpende
tekstoppervlakte) en vooral inhoudelijke aspecten volgen niet. Eerst en vooral springt in het oog dat er
geen rechtlijnige bewijzen zijn voor alle deelvragen binnen de hypothese “Hoe recenter het jaartal, hoe meer
persaandacht er gaat naar assisen”. Als
we kijken naar het aantal gepubliceerde assisenverslagen, zien we het grootste
aantal verschijnen in 1959. Dit jaartal
spant ook de kroon als we kijken naar de tekstoppervlakte en de algemene
oppervlakte van artikels, al is er wat dit laatste betreft geen verschil met
1999 door toegenomen ruimte voor titels en foto’s. Het is ook niet zo dat de recentste verslagen
het vaakst details over de privacy van de beschuldigde of het slachtoffer
weergeven.

Ook wanneer we kijken naar de manier
van verslaggeving kunnen we stellen dat we de tabloid justice-aspecten binnen
de Vlaamse pers niet mogen overroepen.
De toon van de assisenberichten is niet sterk intentioneler geworden in
de loop der jaren en er zijn limieten aan het weergeven van bloederige details
over een misdaad. Het aandeel
assisenverslagen dat de feiten van de misdaad in vaak letterlijk bloederige
details weergeeft, neemt toe tot in 1979 om vanaf dan op hetzelfde peil te
blijven hangen. Deze stabilisatie toont
aan dat het verwijt dat kranten de afgelopen jaren gekenmerkt worden door een
toenemende zucht naar sensatie in dit verband niet opgaat. In diepte-interviews benadrukken
assisenverslaggevers dat ze voor zichzelf duidelijk grenzen trekken zowel bij
het beschrijven van gruwelijke feiten als in het weergeven van details uit
iemands leven. Volgens hen druipt het
bloed nu niet meer van de pagina’s en schijnt de mening van de journalist ook
minder door in de artikels dan vroeger gebruikelijk was. De tijd van assisenverslaggeving met écht
scherpe kanten is dus voorbij. Kranten
tonen in 1999 ook merkelijk meer begrip voor de situatie van de beschuldigde
dan de jaren tevoren en reflecteren vaker over de beweegredenen van de misdaad
en hoe het zo ver is kunnen komen. In de
oudste onderzochte assisenverslagen is hier duidelijk geen plaats voor.

Het uitleggen van juridische termen
en aspecten is onderhevig aan schommelingen doorheen de tijd. In 1919 is er nauwelijks plaats voor, in 1939
en 1959 is het aandeel fel gestegen om een maximum te bereiken in 1979. Opmerkelijk is de terugval naar het erg lage
niveau van 1919 dat we constateren in 1999.
Vooral oudere assisenverslaggevers merken de afgenomen aandacht voor
juridische uitleg op en betreuren deze trend.

Heel wat van onze resultaten
ondersteunen de deviantietheorie. Vooral
statistisch deviante feiten krijgen meer persaandacht. Zo zien we dat boven artikels over
vrouwelijke beschuldigden grotere titels prijken en er meer foto’s bij het stuk
staan dan wanneer het verhaal gaat over een mannelijke beschuldigde. Vrouwen staan immers merkelijk minder vaak
terecht voor assisen dan mannen.
Krantenartikels over mannelijke slachtoffers hebben dan weer grotere
titels dan wanneer het verslag melding maakt van vrouwelijke slachtoffers.

Wanneer we de assisenberichtgeving
van de zeven door ons onderzochte kranten bekijken, stellen we eerst en vooral
vast dat kranten op inhoudelijk vlak binnen eenzelfde onderzochte tijdsperiode
opmerkelijk gelijklopende keuzes maken zowel wat de manier van de verslaggeving
als de selectiecriteria en het verband met de algemene persaandacht betreft. Een tweede algemene vaststelling vinden we als we inzoomen op vormelijke
aspecten zoals artikelsoort, plaatsing binnen de krant, kleurgebruik en aantal
foto’s. Hier merken we wel verschillen
op tussen kranten binnen dezelfde tijdsperiode.
Samengevat vertoont eenzelfde krant een andere aanpak van
assisenberichtgeving doorheen de tijd maar binnen hetzelfde jaar lijken kranten
inhoudelijk verrassend sterk op elkaar terwijl de vormgeving uiteenloopt.

Wat eveneens niet is toegenomen,
maar een hardnekkige constante blijft doorheen de tijd, is het weergeven van
een algemeen beeld dat in onze maatschappij leeft over beschuldigden. Metaforen formuleren op een gebalde manier
hoe we over anderen denken, ze zijn compacte kennisoverdragers. In dit geval gaat het beeld van de
beschuldigde als duivel, beest, machine en komediant/toneelspeler al decennia
lang mee. Negatieve portretteringen
halen hier de bovenhand en de pers citeert vooral aanklagers. Positief gekleurde metaforen raken duidelijk
niet systematisch door de selectiefilter.
Door de optie voor negatieve primary definers bakent de pers de grenzen
af voor volgende discussies en tekent ze een kader uit voor argumenten die al
dan niet passen binnen dit opgeroepen beeld.
Verschillen in woordgebruik kunnen voor een ander totaalbeeld zorgen bij
het publiek. De precieze bewoording in
berichtgeving is daarom belangrijk, zeker binnen een domein als assisen. De overgrote meerderheid van het publiek
heeft immers geen persoonlijke ervaring met de werking van dit rechtshof en is
daarom voor zijn informatie hoofdzakelijk afhankelijk van wat de media
bericht. Zelfs al kijken we niet naar
een bepaalde assisenzaak op zich, dan nog bestaat het publiek uit potentiële
juryleden die mogelijk ooit moeten oordelen over een beschuldigde. Naast directe media-invloed op specifieke
rechtszaken is er ook zoiets als een cumulatief media-effect. Mensen pikken onbewust een algemeen beeld op
over de realiteit die via de media geconstrueerd wordt. Die sociale constructie bepaalt mee wie we
verantwoordelijk stellen voor gebeurtenissen (bv ligt de schuld volledig bij
een beschuldigde of is de maatschappelijke omkadering ook in gebreke
gebleven). Onderzoekers zijn het oneens
over de media-invloed op de uitkomst van rechtszaken waarbij een jury is
betrokken. Maar zelfs als we dit
rechtstreekse effect buiten beschouwing laten, is het bekijken van de
hoeveelheid en stijl van assisenverslaggeving interessant. Assisenverslaggevers geven immers zelf aan
dat de pers eerder een invloed kan hebben op wat het lezerspubliek denkt over een
beschuldigde dan op wat juryleden denken.
Het lezerspubliek zit niet in de rechtszaal en kan niet anders dan zich
baseren op wat journalisten al dan niet in de verf zetten in hun
krantenartikels. Op die manier wordt in
de loop der jaren een algemeen patroon opgebouwd van de “doorsnee beschuldigde”. Ons onderzoek naar metafoorgebruik geeft aan
dat kleurrijke taal in assisenberichtgeving niet nieuw is en steeds weer
dezelfde negatieve beelden over beschuldigden oproept.
Publication status: published
KU Leuven publication type: TH
Appears in Collections:Institute for Media Studies
Leuven School for Mass Communication Research

Files in This Item:
File Description Status SizeFormat
10 lijst doctoraten.pdf Published 74KbAdobe PDFView/Open Request a copy
9 referenties tot samenvattingen.pdf Published 269KbAdobe PDFView/Open Request a copy
8 hoofdstuk 6 7 8.pdf Published 410KbAdobe PDFView/Open Request a copy
7 hoofdstuk 5 deel 4.pdf Published 92KbAdobe PDFView/Open Request a copy
6 hoofdstuk 5 deel 3.pdf Published 121KbAdobe PDFView/Open Request a copy
5 hoofdstuk 5 deel 2.pdf Published 66KbAdobe PDFView/Open Request a copy
4 hoofdstuk 5 deel 1.pdf Published 231KbAdobe PDFView/Open Request a copy
3 Inleiding tot en met hoofdstuk 4.pdf Published 525KbAdobe PDFView/Open Request a copy
2 dankwoord tot en met inhoudstafel.pdf Published 54KbAdobe PDFView/Open Request a copy
1 voorblad_DeCock-promotie.pdf Published 17KbAdobe PDFView/Open Request a copy

These files are only available to some KU Leuven Association staff members

 




All items in Lirias are protected by copyright, with all rights reserved.