ITEM METADATA RECORD
Title: De voorwaarde in het contractenrecht
Other Titles: Conditions in contract law
Authors: De Coninck, Julie
Issue Date: 24-Apr-2007
Abstract: Door te “contracteren onder voorwaarde” kunnen contractspartijen de uitwerking van hun contract afhankelijk stellen van een gebeurtenis waarvan het al dan niet voorvallen bepalend is voor het subjectieve nut dat zij van hun overeenkomst verwachten. De Belgische, Franse, Nederlandse, Duitse en Zwitserse rechtsleer analyseert het fenomeen van het “contracteren onder voorwaarde” traditioneel aan de hand van de summa divisio tussen enerzijds de voorwaarde-modaliteit (i.e. de rechtsgevolgen van de figuur van de voorwaarde) en anderzijds de voorwaarde-gebeurtenis (i.e. de materiële gebeurtenis waarvan het (niet-)plaatsvinden bepaalde van deze rechtsgevolgen doet intreden). Deze benadering is er echter niet in geslaagd om een coherente visie te bieden op het fenomeen van het contracteren onder voorwaarde.
Dit proefschrift is dan ook opgevat als de studie van volgende onderzoekshypothese: het fenomeen van het “contracteren onder voorwaarde” moet worden begrepen vanuit de met de voorwaarde beoogde afhankelijkheidsverhouding. Deze onderzoekshypothese valt uiteen in twee subhypothesen: (1) de door de partijen beoogde afhankelijkheidsverhouding primeert op de kenmerken die traditioneel aan de voorwaarde-gebeurtenis worden toegeschreven; en (2) de afhankelijkheidsverhouding zelf kan men slechts begrijpen door beide aspecten van deze verhouding ernstig te nemen, zowel het contract(ueel gebeuren) als de invloed van de rechtsgevolgen van de voorwaarde-modaliteit hierop.

Deel I – In tegenstelling tot wat traditioneel wordt beweerd, vormt het toekomstig en onzeker karakter van het voorvallen van de voorwaarde-gebeurtenis, i.e. haar “logische contingentie”, geen constitutief element voor de rechtsfiguur van de voorwaarde. Wat vereist is voor het bestaan van een voorwaarde is de bedoeling van de partijen om te contracteren onder voorwaarde. De klassiek vereiste subjectieve contingentie van de gebeurtenis voegt hier niets aan toe. Hoewel de voorwaarde-gebeurtenis doorgaans een objectief contingente gebeurtenis is, zijn de argumenten om deze objectieve contingentie tot een constitutieve vereiste voor de voorwaarde te verheffen, evenmin doorslaggevend.

Deel II – Rechtsgevolgen als “de ontbinding”, “de opschorting” of “het verval” zijn op zichzelf weinig zeggend. Hun ware betekenis wordt pas duidelijk wanneer men weet wat precies wordt ontbonden, opgeschort of vervalt.
De bepaling van de obligatoire effecten van het contracteren onder voorwaarde vergt dus een voorafgaandelijk onderzoek naar het fenomeen van het contracteren als dusdanig. Als belangrijkste conclusie hieruit vloeit voort dat het contract, naast een bron van verbintenissen, ook een norm is bestemd om de verhouding tussen de partijen te beheersen. Veeleer dan (enkel) de verbintenis, heeft de contractuele norm zelf verbindende kracht en dit voor alle contractspartijen. Daarenboven geldt de overeenkomst als verbindende norm ongeacht of ze verbintenissen in het leven roept.
De obligatoire effecten van het contracteren onder voorwaarde laten zich dan als volgt samenvatten. Het voorwerp van de rechtsgevolgen van de voorwaarde-modaliteit bestaat steeds uit de gemodaliseerde verbintenissen en niet uit de contractuele norm. Het voornaamste gevolg hiervan is dat niettegenstaande de opschorting, de ontbinding of het verval van de gemodaliseerde verbintenissen, de contractuele norm reeds of nog bestaat en dat aan dit bestaan van de contractuele norm (onvoorwaardelijke) rechtsgevolgen verbonden zijn. Meteen bestaat ook geen reden meer om de rechtsgevolgen eveniente conditione van de voorwaarde-modaliteit retroactief te laten intreden. De contractuele norm, die immers niet geraakt wordt door de rechtsgevolgen pendente conditione van de opschortende voorwaarde-modaliteit, ressorteert reeds gevolgen hangende de voorwaarde. Ter verklaring hiervan is niet vereist dat retroactief een einde zou komen aan de opschorting van de gemodaliseerde verbintenissen. De contractuele norm, die immers de ontbinding van de gemodaliseerde verbintenissen overleeft, dient ook als grondslag van de restitutieverplichtingen eveniente conditione. Ter verklaring van (de grondslag van) deze restitutieverplichtingen is dus niet vereist dat de gemodaliseerde verbintenissen retroactief een einde zouden nemen.
In het verlengde hiervan blijkt het ook van belang om het fenomeen van het contracteren onder voorwaarde te kaderen in het algemeen contractueel verbintenissenrecht. Zowel de “afstand van (de (niet-)vervulling van) de voorwaarde” als de “theorie van de potestatieve voorwaarde” maken eenvoudig toepassing van algemene beginselen van het contractueel verbintenissenrecht en kunnen vanuit deze algemene beginselen zowel vollediger als correcter worden begrepen.
Bij een voorwaardelijke eigendomsoverdracht genereren de rechtsgevolgen eveniente conditione van de voorwaarde-modaliteit zaken- c.q. goederenrechtelijke werking. Dit houdt in dat het eigendomsrecht bij het plaatsvinden van de voorwaarde-gebeurtenis van rechtswege overgaat c.q. terugkeert (= zaken- c.q. goederenrechtelijke werking sensu stricto), zonder dat het bezwaard is door enig ander zaken- c.q. goederenrechtelijk recht, hetgeen veronderstelt dat met deze overdracht c.q. terugkeer strijdige beschikkingen die pendente conditione mochten zijn verricht geen uitwerking krijgen (= zaken- c.q. goederenrechtelijke werking sensu lato). Uit de studie van de diverse systemen van contractuele eigendomsoverdracht van roerende goederen blijkt dat het Frans-Belgische stelsel causaal, dualistisch en consensueel is. De dualistische (eerder dan monistische) invulling van het (causale) Frans-Belgische overdrachtsstelsel heeft evenwel geen toename van het aantal potentiële dragers van de voorwaarde-modaliteit voor gevolg. Een voorwaardelijke eigendomsoverdracht berust er noodzakelijk op het voorwaardelijk karakter van de verbintenis tot geven, waarbij de rechtsgevolgen van de voorwaarde-modaliteit inwerken op het effect van (de uitvoering van) deze verbintenis: de overdracht. Deze visie laat meteen ook toe om de zaken- c.q. goederenrechtelijke werking sensu stricto van de rechtsgevolgen eveniente conditione te gronden.
Hun zaken- c.q. goederenrechtelijke werking sensu lato steunt in de diverse stelsels op verschillende dogmatische gronden. Of hiervoor al dan niet een beroep wordt gedaan op de retroactiviteit, brengt een aantal secundaire verschillen met zich mee. Aangezien naar Frans en Belgisch recht bepaalde secundaire gevolgen van de retroactiviteit onwenselijk worden bevonden, stelt zich de vraag of deze stelsels de lege ferenda de retroactiviteit niet beter zouden verlaten als verklaringsprincipe van de zaken- c.q. goederenrechtelijke werking sensu lato van de rechtsgevolgen eveniente conditione van de voorwaarde-modaliteit. Dit veronderstelt evenwel dat men een valabel alternatief vindt voor de tweede functie van de zaken- c.q. goederechtelijk werkende retroactiviteit in deze stelsels, zijnde de consolidatie eveniente conditione van daden van beschikking die de verkrijger onder opschortende voorwaarde-modaliteit c.q. de vervreemder onder ontbindende voorwaarde-modaliteit pendente conditione mocht hebben verricht. Naar Duits recht gebeurt dit door deze partij een Anwartschaftsrecht toe te kennen, waarover zij reeds hangende de voorwaarde vrij kan beschikken. De dogmatische grondslagen van de Anwartschaftslehre zijn evenwel dubbelzinnig, of zelfs intern tegenstrijdig, zodat de retroactiviteitsleer, ook al heeft zij bepaalde ongewenste secundaire gevolgen, duidelijk te verkiezen is.
Table of Contents: INLEIDING

DEEL I: KENMERKEN VAN DE VOORWAARDE-GEBEURTENIS

Hoofdstuk 1. Algemeen overzicht van de klassieke benadering en gerezen vragen omtrent het onzeker en toekomstig karakter van de voorwaarde-gebeurtenis

Hoofdstuk 2. Begrip voorwaarde-gebeurtenis en haar contingentie in het algemeen

Hoofdstuk 3. Onmogelijke en noodzakelijke voorwaarde-gebeurtenissen

Hoofdstuk 4. Logisch contingent karakter van de voorwaarde-gebeurtenis

DEEL II: RECHTSGEVOLGEN VAN DE GEMODALISEERDE OVEREENKOMST OF CONTRACTUELE VERBINTENISSEN

ONDERDEEL I: OBLIGATOIRE EFFECTEN VAN DE GEMODALISEERDE OVEREENKOMST OF CONTRACTUELE VERBINTENISSEN

Hoofdstuk 1. Onderliggende visie op het contract(ueel gebeuren)

Hoofdstuk 2. Bestaan van de contractuele norm pendente conditione

Hoofdstuk 3. Behoud van de contractuele norm eveniente (ontbindende voorwaarde-modaliteit) en deficiente (opschortende voorwaarde-modaliteit) conditione

Hoofdstuk 4. Potestatief karakter van de voorwaarde-gebeurtenis

ONDERDEEL II: ZAKEN- C.Q. GOEDERENRECHTELIJKE EFFECTEN VAN DE GEMODALISEERDE OVEREENKOMST OF CONTRACTUELE VERBINTENISSEN

Hoofdstuk 1. Karakteristieken van de diverse systemen van contractuele eigendomsoverdracht

Hoofdstuk 2. Constructie van de voorwaardelijke eigendomsoverdracht

Hoofdstuk 3. Zaken- c.q. goederenrechtelijke werking sensu lato van de rechtsgevolgen eveniente conditione van de voorwaarde-modaliteit

SAMENVATTING VAN HET PROEFSCHRIFT EN ALGEMEEN BESLUIT
Publication status: published
KU Leuven publication type: TH
Appears in Collections:Research Unit Civil Law - miscellaneous
Centre for Methodology of Law
Institute for Notarial Law (-)
Faculty of Law, Campus Kulak Kortrijk – miscellaneous

Files in This Item:
File Description Status SizeFormat
doctoraat.pdf Published 2671KbAdobe PDFView/Open

 


All items in Lirias are protected by copyright, with all rights reserved.