ITEM METADATA RECORD
Title: Sancties in het burgerlijk procesrecht.
Authors: Wagner, Kris; S0088550
Issue Date: 28-Sep-2006
Table of Contents: INLEIDING

A. Voorwerp van het onderzoek
B. Verantwoording van de gehanteerde methode en de keuze van het onderwerp

ALGEMEEN DEEL

Hoofdstuk I. Begrippenanalyse
A. Sanctioneren en sancties
1. Sanctioneren en sancties in het maatschappelijk leven
2. … in het recht
3. … in het procesrecht
4. … in het burgerlijk procesrecht
B. Rechtsvordering, vordering in rechte, vordering, vorderingsrecht
C. Niet-ontvankelijkheid
D. Subjectief recht
E. Toelaatbaarheid als synoniem van ontvankelijkheid
F. Verweermiddelen, excepties, middelen van niet-ontvankelijkheid
G. Verval en vervaltermijn; termijnen van orde
H. Verjaring
I. Vormgebrek
J. Nietigheid, absolute en relatieve nietigheid
K. Proceseconomie

Hoofdstuk II. Mogelijke sanctiesystemen
A. Accusatoir v. inquisitoriaal systeem
B. Onherroepelijke v. remedieerbare sancties

Hoofdstuk III. Doelstellingen van sancties in het burgerlijk procesrecht
A. Behoorlijke rechts¬bedeling, met inbegrip van het goede procesverloop
B. Doelstellingen van sancties als criterium bij keuze van sanctie
1. Functionele versus conceptuele benadering
2. Terechtkomen voor de juiste rechter als doelstelling: bevoegdheid
3. Toegang tot de rechter afsluiten voor wie geen rechtsvordering heeft en bevor¬dering van juiste uitoefeningswijze van de rechtsvordering als doelstellingen

Besluit van het algemeen deel: referentiekader waaraan sancties getoetst kunnen worden (de Tien Geboden van het burgerlijk procesrecht)

BIJZONDER DEEL

Hoofdstuk IV. Sanctionering van het recht op toegang tot de rechter: niet-ontvanke¬lijkheid der vordering
A. Het middel van niet-ontvankelijkheid
1. De verknochtheid van de niet-ontvankelijkheid met de rechtsvordering
2. Soorten niet-ontvankelijkheid
3. De opwerping van het middel van niet-ontvankelijkheid
a. Op te werpen in welke stand van het geding?
b. Ambtshalve?
4. Beperking van het debat tot een middel van niet-ontvankelijkheid
B. Niet-ontvankelijkheid ratione personae
1. Begripsomschrijving en wettelijke basis
2. Rechtspersoonlijkheid als ontvankelijkheidsvoorwaarde
a. Rechtspersoonlijkheid – natuurlijke personen
b. Rechtspersoonlijkheid – rechtspersonen – entiteiten zonder rechts¬per¬soonlijk¬heid
3. (Handelings)bekwaamheid als ontvankelijkheidsvoorwaarde?
4. Hoedanigheid
a. Algemene opmerkingen
b. Hoedanigheid en optreden door de titularis van het beweerd subjectief recht
c. Hoedanigheid en optreden van iemand die niet de (oorspronkelijke) houder van het beweerd subjectief recht is
d. Hoedanigheid en rechtspersonen; organieke vertegenwoordiging; conven¬tionele procesvertegenwoordiging
e. Niet-inschrijving in het handelsregister als probleem van hoedanigheid
f. Hoedanigheid, sanctionering en noodzaak tot regulariseerbaarheid
5. Belang
a. Het belang als ontvankelijkheidsvoorwaarde
b. Het belangvereiste en collectieve acties in het Belgisch recht
C. Niet-ontvankelijkheid ratione temporis
1. Algemene opmerkingen – ontijdigheid
2. Laattijdige proceshandelingen
a. Laattijdige inleiding van de vordering
b. Laattijdige opwerping van een exceptie
c. Laattijdige uitoefening van rechtsmiddelen
3. Voorbarige proceshandelingen
D. Niet-ontvankelijkheid ratione materiae
1. Algemene opmerkingen
2. Subjectief recht waaraan nooit een rechtsvordering verbonden was
3. Subjectief recht waaraan geen rechtsvordering meer verbonden is ingevolge afstand of vroegere rechterlijke uitspraak
4. Verkeerde vordering voor verkeerde rechter
5. Verkeerde vordering voor juiste rechter
6. Vordering tegen verkeerde partij – ontstentenis van rechtsband – quid bij over¬leden verweerder?
7. Nieuwe vordering
8. Vormgebreken of andere problemen die verband houden met toegang tot de rechter, waarbij onont¬van¬kelijkheid de gepaste sanctie is
a. Wettelijke beperking van toegang tot de rechter door filtermechanismen
b. Andere wettelijke drempels en uitsluitingen: onontvankelijkheid ratione summae en wettelijke uitsluitingen van aanwending van een rechtsmiddel

Besluit van Hoofdstuk IV

Hoofdstuk V. Sanctionering van de taakverdeling tussen de rechters
A. (On)bevoegdheid
1. Sanctionering van bevoegdheidsregels in het algemeen
2. Vraagtekens bij het openbare orde karakter van de materiële bevoegdheid
3. De bijzonderheden van de bevoegdheidsproblematiek (verwijzingen)
B. Verdelingsincidenten
C. Aanleg
D. Rechtsmacht
1. De afbakening tussen de rechtsmacht van de gewone rechter en de administra¬tieve rechter
2. De afbakening tussen de rechtsmacht van de overheidsrechter en de arbiter
3. Bevoegdheid van de buitenlandse rechter
4. Ontstentenis van rechtsmacht wegens de exceptie van dading
5. Ontstentenis van rechtsmacht vanwege de opdracht van paritaire overlegorga¬nen
E. De keuze voor het kort geding
1. Keuze voor het kortgeding: probleem van bevoegdheid, rechtsmacht, gegrond¬heid of ontvanke¬lijkheid?
2. Urgentie
3. De basis van de uitspraak in kortgeding: belangenafweging – verlating van het vereiste van de “schijn van recht”
4. De kortgedingrechter en het familierecht
5. Aanhangigheid
6. Grenzen van de rechtsmacht van de kortgedingrechter

Besluit van Hoofdstuk V

Hoofdstuk VI. Sanctionering van de uitoefening van de rechtsvordering: nietigheid
A. Grondslagen, gevolgen en werkingssfeer van de nietigheid
1. De grondslagen van nietigheid
2. De gevolgen van nietigheid
a. Voorwaardelijk en proportioneel
b. Zo beperkt mogelijk – personele beperking
c. Zo beperkt mogelijk – beperking in functie van concrete omstandigheden – neutraliseerbare gevolgen
d. Regulariseerbaar waar mogelijk en wenselijk
3. De werkingssfeer van de nietigheidssanctie en de verzachtingsregeling
a. Het begrip “proceshandelingen”
b. Nietigheid en vonnissen
c. Regels van rechterlijke organisatie
B. De sanctionering van proceshandelingen: nietigheid versus niet-ontvankelijkheid
1. Niet-ontvankelijkheid en vormgebreken
a. De verknochtheid tussen vormgebreken en nietigheid
b. Toepassingsgevallen: onontvankelijkheid na vormgebreken, waarbij dit niet de gepaste sanctie is
2. Niet-ontvankelijkheid c.q. nietigheid wegens termijnoverschrijding
C. Termijnen voorgeschreven op straffe van nietigheid
1. Wachttermijnen
2. Vervaltermijnen
3. Wering uit de debatten van laattijdige conclusies
a. Algemeen. De uitgangspunten van de hervorming van 1992
b. Conclusie: begrip. Conclusie versus pleitnota en pleidooi
c. Conclusies: vrijwillige ingereedheidbrenging (de indicatieve re¬ge¬ling van art. 747, § 1, Ger. W.)
d. Conclusies: de bindende regeling van art. 747, § 2, Ger. W. – de verzoek¬schriftprocedure
e. Conclusietermijnen geakteerd ter inleidingszitting of in een akkoord tus¬sen partijen
f. Rechtsaard van de conclusietermijnen
g. De ambtshalve wering uit het debat van laattijdige conclusies
h. Conclusies: de juiste draagwijdte van art. 745 Ger. W.; neerleg¬ging en mededeling
i. Conclusies: de regeling van art. 751 Ger. W.
j. Conclusies: tegen het “procedureel extremisme”
4. Niet tijdig betekend verstekvonnis
D. De verzachtingen van de nietigheidssanctie
1. “Pas de nullité sans texte”
a. “Uitdrukkelijk bevelen van nietigheid”: de wettekst maakt uitdrukkelijk melding van een sanctie
b. “Uitdrukkelijk bevelen van nietigheid”: de wettekst maakt geen melding van een sanctie – criteria om uit te maken wanneer wel of geen aanleiding bestaat tot nietigheid
c. Casuïstiek: enkele wetsbepalingen waarvan in de rechtspraak werd aangenomen dat miskenning ervan aanleiding geeft tot nietigheid
d. Casuïstiek: miskenning van enkele wetsbepalingen en enkele proces¬rechte¬lijke handelingen of onthoudingen waarover de rechts¬praak oordeelde dat géén aanleiding bestond tot nietigheid
2. “Pas de nullité sans grief”
3. “Cessante ratione legis, cessat dispositio” (het normdoel werd bereikt)
4. “Ius est vigilantibus”
5. De regularisatie van vormgebreken
a. Ontbrekende handtekening
b. Ontbrekende datum
c. Ontbrekende eedformule
d. Ontbrekende volmacht
e. Ontbrekende vermelding van de rechter die van de zaak kennis moet ne¬men
E. Enkele gevallen waarin ten onrechte de nietigheid wordt uitgesproken
1. Nietige dagvaarding gevolgd door daadwerkelijke verschijning van de ver¬weerder
2. Vaststelling van overspel door gerechtsdeurwaarder die zich liet ver¬vangen

Besluit van Hoofdstuk VI

Hoofdstuk VII. Sanctionering van de uitoefening van rechtsmiddelen
A. Hoger beroep
1. Wijze van inleiding: dagvaarding of verzoekschrift
2. De (laat)tijdigheid van het hoger beroep
3. De verschijningstermijn
4. Door wie kan hoger beroep worden ingesteld?
5. Waartegen kan of moet het hoger beroep gericht zijn?
6. Tegen wie kan of moet het hoger beroep worden gericht?
7. Devolutieve werking van het hoger beroep
8. Relatieve werking van het hoger beroep
9. Beperkt hoger beroep
10. Overige problemen i.v.m. de ontvankelijkheid van het hoger beroep
11. (Handhaving van) vormvoorschriften m.b.t. de inhoud van de beroepsakte
12. Tegenvordering voor het eerst in hoger beroep
13. Tussenkomst voor het eerst in hoger beroep
14. De “quasi-tussenkomst” voor het eerst in hoger beroep
16. Het incidenteel beroep
17. Taak van de appèlrechter
18. Misbruik van het recht op hoger beroep
19. Overige meldenswaardige problemen i.v.m. hoger beroep
B. Verzet
C. Derdenverzet
1. Algemene opmerkingen over het derdenverzet – aard en gevolgen
2. Beslissingen waartegen derdenverzet mogelijk is
3. Benadeling van rechten
4. Voor wie staat derdenverzet (niet) open?
5. (Handhaving van) enkele procedurele bijzonderheden i.v.m. het derdenverzet
D. Cassatieberoep
1. Inleidende opmerkingen
2. Feit en recht
3. Niet-ontvankelijke voorziening
4. Nieuw middel
5. Onduidelijk middel
6. Vermelding geschonden wetsbepalingen
7. Middel zonder belang
8. Enkele andere meldenswaardige gevallen
E. Verhaal op de rechter
F. Herroeping van het gewijsde
G. Intrekking

Besluit van Hoofdstuk VII

Hoofdstuk VIII. Alternatieve sancties en sanctionering van alternatieve geschillen¬oplossing
A. Procesrechtsmisbruik & deloyale procesvoering
1. Begripsomschrijving en aard van de sanctie
2. Geen procesrechtsmisbruik of deloyaal procesgedrag zonder fout. Abundans cautela non nocet. Over nutteloze kosten
3. Geen procesrechtsmisbruik of deloyaal procesgedrag zonder fout. Aard van de fout. Over deontologische inbreuken
4. Geen beperking wat betreft de stand van het geding
5. Burgerlijke aansprakelijkheid van de advocaat wegens deloyaal handelen
6. Geldboetes opgelegd aan advocaten?
B. Sanctionering van alternatieve geschillenoplossing (verzoening en bemiddeling)

Besluit van Hoofdstuk VIII

Hoofdstuk IX. Sancties verbonden aan normovertredingen door de rechter zelf
A. Samenstelling van de zetel
B. Ontstentenis van (vermelding van) verplichte bijstand van de griffier
C. Problemen i.v.m. tussenkomst van het Openbaar Ministerie
D. Weglating van enkele andere verplichte vermeldingen
E. Motiveringsverplichting
F. Verzuim om uitspraak te doen over een punt van de vordering
G. Miskenning van de bewijskracht van akten
H. Gebruik der talen in gerechtszaken
I. Beschikkingsbeginsel
J. Toekenning van algemene en als regel geldende draagwijdte aan rechtspraak of rechts¬¬¬leer
K. Miskenning van verplichting tot heropening van het debat
L. Schending van het recht van verdediging
M. Verkeerde adressering van processtukken
N. Onduidelijkheden of materiële vergissingen in vonnissen: vordering tot uitlegging of ver¬betering
O. Wraking of onttrekking van de zaak aan de rechter wegens gewettigde verdenking
P. Vijandigheid van de rechter tegenover een partij of haar raadsman

Besluit van Hoofdstuk IX: Mogen partijen het slachtoffer zijn van overtreding door de rechter van procesrechtelijke normen?

Hoofdstuk X. Algemeen besluit: van sanctie naar remedie

Bibliografie
Trefwoordenregister
Publication status: published
KU Leuven publication type: TH
Appears in Collections:Research Unit Public Law - miscellaneous
Institute for Civil Procedure

Files in This Item:
File Description Status SizeFormat
wagner.pdf Published 4349KbAdobe PDFView/Open

 


All items in Lirias are protected by copyright, with all rights reserved.