ITEM METADATA RECORD
Title: Selecting environmental policy instruments in the presence of incomplete compliance.
Authors: Rousseau, Sandra
Issue Date: 17-Feb-2005
Publisher: KULeuven, ETEW
Abstract: Wanneer economisten het milieubeleid analyseren, veronderstellen ze dikw ijls dat bedrijven van goede wil zijn, dat ze de regels willen volgen en dat ze volledige controle over hun emissies hebben. Dit is echter niet het geval in de realiteit. De data die ik voor Vlaanderen heb verzameld tonen ons dat bij tenminste 38 procent van de inspecties die tijdens de laatste tien jaar werden uitgevoerd bij textielbedrijven overtredingen w erden vastgesteld. Data van Noorwegen geven een nog markanter beeld: in ongeveer 79 % van de uitgevoerde inspecties tussen 1997 en 2002 vond de Noorse milieu-inspectie één of meer overtredingen. Deze vaststellingen w orden deels verklaard door de beperkte beschikbare middelen voor inspect ies. De verantwoordelijke administraties moeten binnen strikte budgetten en tijdschema’s werken. Daarenboven zijn de sancties voor overtredingen vaak erg laag. Wanneer we kijken naar de gemiddelde geldstraf voor Vlaa mse textielbedrijven, zien we dat de gemiddelde minnelijke schikking 260 Euro bedraagt, de gemiddelde boete in eerste aanleg 2800 Euro en in ber oep ongeveer 7000 Euro. De sanctie voor het overtreden van milieuwetgevi ng is dus gering. En het stopt daar niet bij, de kans dat een overtreder echt wordt bestraft is klein. In Vlaanderen zien we dat in 72 procent v an de gevallen niets gebeurt nadat een overtreding werd vastgesteld tijd ens een inspectiebezoek. Als er dan toch een proces-verbaal werd opgeste ld, dan werd de helft van deze overtredingen geseponeerd zonder verdere gevolgen. Dat betekent dat zo’n 5 procent van de vastgestelde overtredin gen in de rechtzaal eindigt en dat een andere 5 procent met een minnelij ke schikking wordt afgesloten. Deze observaties tonen duidelijk de relev antie en het belang van handhaving aan. Om de verschillende milieubeleidsinstrumenten op een meer realistische m anier te vergelijken, is het nuttig om naar de verschillende fasen in he t beleidsproces te kijken. In een eerste fase, die we regelgevingsfase n oemen, wordt de milieuwetgeving bepaald. De overheid beslist welk instru ment hij zal gebruiken: een emissiebelasting, een emissienorm, een techn ologienorm of een ander beschikbaar instrument. In een tweede fase, de u itvoeringsfase, wordt de wetgeving toegepast. De bedrijven en administra ties op wie de wetgeving van toepassing is, worden op de hoogte gebracht . In deze fase wordt besloten tot naleving of overtreding en worden zuiv eringsinstallaties geplaatst. In een derde en laatste fase, de handhavin gsfase, wordt het beleid afgedwongen. Overtreders worden opgespoord en i ndien nodig bestraft. De vergelijking tussen milieubeleidsinstrumenten moet deze verschillende fasen in rekening brengen. Vooral het feit dat mensen niet automatisch nieuwe regels naleven, beïnvloedt de evaluatie van instrumenten. Bedrijv en kunnen besluiten om de wetgeving te overtreden als dat de goedkoopste optie is. Het is onmogelijk om de wetgeving volledig te laten naleven o mdat het, bijvoorbeeld, te duur zou zijn of omwille van onzekerheden bij het meten van vervuiling en emissies. De milieu-inspectie kan daarenbov en niet alle bedrijven altijd controleren. Dit heeft het directe effect dat regels minder impact zullen hebben. Dit effect wordt echter tegengew erkt door het handhavingsbeleid. Bedrijven zullen, tenminste ten dele, d e wetgeving naleven omwille van de sancties die ze kunnen verwachten als ze worden betrapt. In het tweede hoofdstuk, kijk ik naar de invloed van deze onvolledige na leving op de kostefficiëntie van beleidsinstrumenten in een algemeen eve nwichtsmodel. In een economie met arbeidsbelasting, blijkt het vermogen om inkomen voor de overheid te genereren en bestaande vertekeningen te v erminderingen een belangrijke invloed te hebben op de kostefficiëntie va n de instrumenten. Bijvoorbeeld, de opbrengsten van emissiebelastingen k unnen gebruikt worden om de arbeidsbelasting te verlagen wat welvaartsve rhogend is. Het meerekenen van boetes, laat ons toe op een andere manier inkomsten voor de overheid te verzamelen. De relatieve positie van inst rumenten zoals technologienormen verbetert daarom vergeleken met emissie belastingen. Met de verschillende fases zijn ook verschillende kosten verbonden. Deze kosten kunnen verschillend zijn voor elk instrument. Bijvoorbeeld, mana gers moeten geïnformeerd worden over hun wettelijke verplichtingen en ze moeten informatie verzamelen over de technologische mogelijkheden om em issies te verminderen. Het is ook nodig om de bestaande emissie te meten om de huidige situatie te evalueren. Andere voorbeelden van deze kosten zijn de kosten om een inspecteur op het terrein te begeleiden of de ere lonen van advocaten. Dit bekijk ik in hoofdstuk 3. Het is ook belangrijk om de verschillen in kosten van emissievermindering tussen de bedrijven te modelleren. Daarom verzamelden we data over deze kosten door Vlaamse textielbedrijven te bevragen. Traditionele resultaten over de relatieve efficiëntie van instrumenten k unnen erg veranderen door het in rekening brengen van de verschillende k osten verbonden aan het milieubeleid: de regelgevings-, uitvoerings- en handhavingskosten. Onze empirische oefening bewijst dit punt door aan te tonen dat een emissiebelasting het duurste instrument kan zijn om een b epaalde milieukwaliteit te behalen. Dit resultaat blijft behouden ook al nemen we de verschillen in emissieverminderingskosten op in het model. Het grootste nadeel van emissiebelastingen zijn de administratieve laste n die verbonden zijn aan een belastingssysteem. Bedrijven moeten, bijvoo rbeeld, op gepaste tijden hun emissies meten en een jaarlijks – dikwijls ingewikkeld – aanslagformulier invullen. Het blijk ook moeilijk te zijn om belastingsontduikers legaal te vervolgen aangezien belastingen worde n geheven op het voorbije fiscale jaar. Op het moment van de rechtszaak is het erg moeilijk om de exacte hoeveelheid emissies van het laatste ja ar de bewijzen tenzij het bedrijf continue werd gecontroleerd. Dit relat ieve nadeel van emissiebelastingen tegenover emissienormen is zeker meer algemeen dan onze studie. In hoofdstuk 4, concentreren we ons op het optimaliseren van het handhav ingsbeleid. We bekijken één instrument, de emissienorm, en berekenen de optimale vaste inspectiefrequentie, de variabele inspectiefrequentie (di e afhangt van de ernst van de overtreding) en de boete. We verdelen de b edrijven in drie groepen. De eerste groep is al in orde met de wetgeving en wordt daarom niet beïnvloed door het handhavingsbeleid. De tweede gr oep kan nooit volledig voldoen aan de emissienorm maar kan, niettegensta ande, toch zijn emissies verminderen en de milieukwaliteit verbeteren. D e derde groep is initieel in overtreding maar kan voldoen aan de emissie norm als het beleid de juiste prikkels geeft. Door de discrete sprongen in de kosten voor emissievermindering, kan het echter optimaal zijn voor bepaalde bedrijven uit de tweede en derde groep om hun emissies niet te laten dalen. De kosten die daarmee verbonden zijn zouden de potentiële winst in handhavingskosten en milieukwaliteit teniet doen. Deze analyse geeft ons een alternatieve verklaring voor het bestaan van een bovengren s voor optimale boete en laat ons toe om inspecties en boetes te bekijke n als complementen in plaats van substituten. Handhaving is cruciaal voor de impact van het milieubeleid. Daarom conce ntreer ik mijn op de inspectiebeslissing in het vijfde hoofdstuk. Theori e toont aan dat het uitkiezen van bedrijven op basis van het gedrag in h et verleden of bepaalde karakteristieken het aantal overtredingen substa ntieel kan doen afnemen vergeleken met lukrake inspecties. Het is daarom beter om bedrijven te controleren waarvan de kans groter is dat ze in o vertreding zijn. Dit inspectiebeleid noemt men een doelgericht beleid. O nze empirische oefening toont dat de Vlaamse milieu-inspectie inderdaad doelgericht te werk gaat om de bedrijven te inspecteren die ze routinema tig zal inspecteren. Deze selectie is gebaseerd op het aantal overtredin gen in het verleden en de bedrijfsgrootte. Om het milieubeleid af te dwingen in het echter niet voldoende om bedrij ven te controleren. Het is ook nodig om overtreders te bestraffen. Deze verwachte sanctie zal de bedrijven stimuleren om de wetgeving na te leve n. Eén mogelijke sanctie is de penale boete die wordt uitgesproken door een rechtbank. In hoofdstuk 6, beschrijven we deze boete als het resulta at van een spel in twee fasen tussen vervuilers, openbare aanklager en d e rechter. Daarna schatten we de factoren die de hoogte van de boetes ui tgesproken door het Hof van Beroep te Gent beïnvloeden voor misdrijven i .v.m. waterverontreiniging. Via een regressieanalyse kunnen we twee hypo thesen empirisch testen. We vinden dat, op indirecte wijze, de werkelijk e boetes afhangen van de ernst van de overtreding. We waren echter niet in staat om de hypothese te bevestigen dat de boetes afhangen van de kos ten voor de openbare aanklager. Onze analyse toont ook aan dat de overtr edingen uit het verleden de hoogte van de boete beïnvloeden. Overtreders met een strafblad hadden een beduidend hogere kans op een hogere boete. Tenslotte beïnvloeden handhavingsaspecten niet enkel de impact van wetgeving op de milieukwaliteit maar ook de beslissing van bedrijven om de wet na te leven en de kostefficiëntie van het beleid. Handhaving is o ok relevant wanneer men verschillende beleidsinstrumenten vergelijkt. He t prijskaartje verbonden aan het milieubeleid kan beduidend hoger zijn w anneer deze aspecten in rekening worden gebracht.
Table of Contents: CHAPTER 1: A GENERAL OVERVIEW 1
1. LITERATURE OVERVIEW 2
2. RESEARCH TOPICS 8
3. A GUIDE TO THE READER 11

CHAPTER 2: THE RELATIVE EFFICIENCY OF MARKET-BASED ENVIRONMENTAL POLICY INSTRUMENTS WITH IMPERFECT COMPLIANCE 15
1. INTRODUCTION 15
2. THE MODEL 18
3. GROSS EFFICIENCY COST OF THE DIFFERENT ENVIRONMENTAL INSTRUMENTS 24
4. NUMERICAL MODEL 33
5. COMPARING THE GROSS COST OF DIFFERENT POLICY INSTRUMENTS 37
6. SENSITIVITY ANALYSIS 43
7. CONCLUSION 46
APPENDIX 2A: FIRM BEHAVIOUR 48
APPENDIX 2B: DERIVING EXPRESSION (16) 50
APPENDIX 2C: THE NUMERICAL MODEL 51

CHAPTER 3: COMPARING ENVIRONMENTAL POLICY INSTRUMENTS IN THE PRESENCE OF IMPERFECT COMPLIANCE - A CASE STUDY 57
1. INTRODUCTION 57
2. THEORETICAL FRAMEWORK 59
3. EMPIRICAL ILLUSTRATION 71
4. RESULTS 76
5. CONCLUSION 88
APPENDIX 3A: ABATEMENT COST FUNCTIONS 91
APPENDIX 3B – CONSTRUCTION OF TABLE 3.2: THE ESTIMATION OF RULE-MAKING, IMPLEMENTATION, MONITORING AND ENFORCEMENT COSTS. 93
APPENDIX 3C: COMPARISON BETWEEN SANCTIONING INSTRUMENTS 97

CHAPTER 4: OPTIMISING MONITORING AND ENFORCEMENT FOR EMISSION STANDARDS WITH AN EMPIRICAL APPLICATION 101
1. INTRODUCTION 101
2. THEORETICAL FRAMEWORK 103
3. EMPIRICAL ILLUSTRATION 112
4. RESULTS 116
5. CONCLUSION 122
APPENDIX 4A: RESULTS FOR GIVEN WTP AND 123
APPENDIX 4B: RESULTS FOR GIVEN WTP 124
APPENDIX 4C: RESULTS FOR GIVEN EMISSION TARGET 125

CHAPTER 5: TIMING OF ENVIRONMENTAL INSPECTIONS: SURVIVAL OF THE COMPLIANT 127
1. INTRODUCTION 127
2. THE INSTITUTIONAL SETTING 131
3. ECONOMETRIC METHODOLOGY 133
4. DATA 135
5. RESULTS 147
6. CONCLUSIONS 151
APPENDIX 5A – ORGANISATION OF THE FLEMISH ENVIRONMENTAL INSTITUTIONS 152
APPENDIX 5B – AVERAGE DURATION OF THE INSPECTIONS 153
APPENDIX 5C - AVERAGE COMPOSITION OF THE EFFLUENT EMITTED BY CARPET PRODUCTION AND TEXTILE IMPROVEMENT SECTORS (WITHOUT TREATMENT) 154

CHAPTER 6: HOW TO DETERMINE FINING BEHAVIOUR IN COURT? GAME THEORETICAL AND EMPIRICAL ANALYSIS 155
1. INTRODUCTION 155
2. GAME-THEORETICAL ANALYSIS 158
3. EMPIRICAL ANALYSIS 170
4. CONCLUSION 184
APPENDIX 6A – DEFINITION OF THE VARIABLES 185

CHAPTER 7: CONCLUDING REMARKS 187
1. RELATED TOPICS 187
2. CONCLUSIONS DRAWN FROM THIS DISSERTATION 194

BIBLIOGRAPHY 197
Publication status: published
KU Leuven publication type: TH
Appears in Collections:KU Leuven Energy Institute
Research Center of Energy, Transport and Environment, Leuven

Files in This Item:
File Description Status SizeFormat
doc-final-SR1.pdf Published 997KbAdobe PDFView/Open Request a copy

These files are only available to some KU Leuven Association staff members

 




All items in Lirias are protected by copyright, with all rights reserved.