ITEM METADATA RECORD
Title: Langetermijneffecten van scholen en klassen op de leerprestaties en de loopbanen van leerlingen
Other Titles: Long-term school and class effects on students' achievement and educational career.
Authors: Pustjens, Heidi; M9406480
Issue Date: 2-Sep-2008
Abstract: In onderwijseffectiviteitsonderzoek worden verschillen tussen scholen, t ussen klassen en tussen leerkrachten bestudeerd. Een klas, leerkracht of school wordt effectief genoemd wanneer de leerlingresultaten er beter z ijn dan verwacht kon worden op basis van de aanvangskenmerken van de lee rlingen. De meest gebruikte effectiviteitscriteria binnen het domein van de onderwijseffectiviteit zijn toetsresultaten voor vakken als wiskunde , wetenschappen en moedertaal. Tevens worden deze criteria meestal gemet en op het moment dat leerlingen daadwerkelijk les volgen in de betrokken scholen. Het centrale thema van dit proefschrift betreft langetermijneffecten van scholen en klassen. Langetermijneffecten definiëren we als de effecten van de school en de klas in een gegeven stadium op individuele resultate n in een later stadium van de loopbaan. Ten eerste wilden we nagaan of e r binnen het Vlaams onderwijssysteem sprake is van langetermijneffecten van scholen en klassen met betrekking tot de prestaties voor Nederlands en wiskunde, de studiekeuze en het succes in de gekozen studierichting e n dit met betrekking tot de overgang basisonderwijs – secundair onderwij s, eerste graad secundair onderwijs – bovenbouw en secundair onderwijs – hoger onderwijs of arbeidsmarkt. In een tweede stap stond de verklaring van de gevonden verschillen centraal. De onderzoeksvragen werden beantwoord met behulp van data die verzameld zijn gedurende het LOSO-project (Longitudinaal Onderzoek Secundair Onder wijs) en LOSO-annex. Multi­niveau regressie­modellen, multinivea u logistische regressiemodellen en multiniveau kruisclassificatie model& shy;len werden toegepast. De verschillen tussen secundaire scholen in de loopbaankeuze na het secu ndair onderwijs en het succes in hoger onderwijs konden gedeeltelijk wor den verklaard en voor het succes aan de universiteit volledig door de ve rschillen tussen scholen in de prestatiescores van hun leerlingen in wis kunde en Nederlands op het einde van het secundair onderwijs. Voor de overgang van het basisonderwijs naar het secundair onderwijs ste lden we vast dat ten aanzien van de prestatiescores voor wiskunde en Ned erlands de zeer geringe school- en klaseffecten na twee jaar reeds uitdo ofden. Verder bleken leerlingen uit het gewoon basisonderwijs gemakkelij ker door te stromen naar het eerste gemeenschappelijke leerjaar secundai r onderwijs (in vergelijking met de B-stroom) dan leerlingen uit het bui tengewoon lager onderwijs. Dit bleek gedeeltelijk samen te hangen met ee n lager prestatieniveau voor wiskunde en een lager toekomstperspectief b ij de leerlingen uit het buitengewoon onderwijs. De kans op doorstroom v anuit het basisonderwijs naar een theoretisch optiepakket in het eerste leerjaar secundair onderwijs was groter voor leerlingen uit het Katholie k onderwijs dan voor leerlingen uit het gemeenschapsonderwijs. Dit effec t was bovendien veel sterker uitgesproken in scholen die gemiddeld genom en een lager studiekeuze advies geven aan hun leerlingen. Het gemiddelde advies op het niveau van de school hing bovendien over alle scholen hee n bekeken positief samen met de kans op doorstroom naar een theoretisch pakket. Ten aanzien van de onderwijspositie op het einde van de eerste g raad secundair onderwijs werden geen effecten vastgesteld van de basissc hool en –klas. Tot slot bleken eerstegraadsscholen die hun leerlingen op een hoog nivea u brengen qua prestatiescores, die een laag aantal zittenblijvers en een hoog aantal leerlingen die succesvol zijn in een theoretisch vakkenpakk et kennen, de beste kansen te geven om hoog te scoren op de startpositie en eindpostie qua curriculumpakket in de bovenbouw van het secundair on derwijs. Het gemiddelde curriculumniveau bij de start aan het derde leer jaar secundair onderwijs ligt bovendien hoger in eerstegraadsscholen die een relatie gekenmerkt door openheid, wederzijds vertrouwen en aanmoedi ging met de leerlingen aangaan, in eerstegraadsscholen die een laag crit erium qua prestatiescores hanteren bij het toekennen van succes in een t heoretisch pakket, in ASO-scholen, in scholen die weinig belang hechten aan gehoorzaamheid, orde en rust en tot slotte in scholen die niet geric ht zijn op leerlingenbehoud bij het geven van studiekeuze adviezen.
Publication status: published
KU Leuven publication type: TH
Appears in Collections:Methodology of Educational Sciences
Leuven Statistics Research Centre (LStat)
Education and Training

Files in This Item:
File Description Status SizeFormat
geheel.pdf Published 1355KbAdobe PDFView/Open Request a copy

These files are only available to some KU Leuven Association staff members

 




All items in Lirias are protected by copyright, with all rights reserved.