ITEM METADATA RECORD
Title: Vrije wil, moraal en het geslaagde leven
Other Titles: Free will, morality and the good life
Authors: Faure, Gerbert; S0173738
Issue Date: 11-Sep-2014
Abstract: Dit proefschrift ontwikkelt twee opvattingen over het filosofische probleem van de vrije wil, begrepen als een veronderstelling over personen die we als moreel verantwoordelijk beschouwen. In de eerste plaats formuleer ik een eigen versie van de opvatting dat vrije wil vanuit theoretisch oogpunt onmogelijk is, maar een belangrijke praktische rol vervult. Deze opvatting valt noodzakelijkerwijs uiteen in twee delen. Men kan er immers van overtuigd zijn dat vrije wil niet bestaat zonder tegelijk in te stemmen met de gedachte dat dit concept een belangrijke praktische rol vervult. Ik werk bijgevolg voor elk van deze stellingen een onafhankelijk argument uit. In de tweede plaats laat ik zien dat het praktische belang van de vrije wil beperkt is tot een specifieke context. We kunnen twee soorten negatieve oordelen vellen over handelingen en slechts één daarvan geeft aanleiding tot de gedachte van een vrije wil. Het is mogelijk dat we handelingen als immoreel beschouwen, wat aanleiding geeft tot de toekenning van verantwoordelijkheid en de toeschrijving van vrije wil die daarmee gepaard gaat. We kunnen handelingen echter ook beschouwen als teken van een mislukte levenshouding. Een dergelijk oordeel impliceert niet dat we iemand verantwoordelijk stellen, wat meteen ook betekent dat de gedachte van een vrije wil uitblijft. Vandaag de dag wordt veelvuldig beargumenteerd dat vrije wil onmogelijk is. Vooral argumenten die zich baseren op wetenschappelijke inzichten zijn nogal populair. De aanname van een vrije wil zou onverenigbaar zijn met bevindingen uit de neurobiologie. In dit proefschrift probeer ik aan te tonen dat het concept van de vrije wil zichzelf ondergraaft, los van de vraag of het compatibel is met wetenschappelijke resultaten. Dat komt omdat het concept van de vrije wil als aanname over moreel verantwoordelijke personen nooit geïsoleerd optreedt. Deze aanname gaat binnen de context van de toekenning van verantwoordelijkheid altijd gepaard met een andere aanname, die ermee onverenigbaar is. Wanneer we iemand verantwoordelijk stellen, dan nemen we niet alleen aan dat hij zijn handelingen kon controleren, maar ook dat hij handelde in het licht van een voorafgaand moreel besef. Deze aannames zijn om de volgende reden onverenigbaar: als iemand over moreel besef en tegelijk over vrije wil beschikt, dan kan je niet meer verklaren waarom de immorele handeling überhaupt optreedt. Om die reden vallen het probleem van de vrije wil en het probleem van akrasia in mijn optiek samen. Als men heeft geconcludeerd dat vrije wil vanuit theoretisch perspectief onmogelijk is, dan kan men nog twee kanten uit. Men kan beweren dat we ermee moeten ophouden om elkaar moreel verantwoordelijk te stellen. Het is immers irrationeel om een praktijk in stand te houden die op een illusie berust. Peter Strawson heeft daar tegenin gebracht dat de poging om de toekenning van morele verantwoordelijkheid als irrationeel te beschouwen zelf een irrationeel karakter heeft. Het lijkt in de praktijk absurd om niet langer verontwaardigd te reageren op het gedrag van zware misdadigers, ook al beseft men vanuit theoretisch perspectief dat die verontwaardiging ongegrond is. In dit proefschrift probeer ik deze positie van Strawson te verdedigen tegen een evidente objectie. Het lijkt schizofreen om vanuit theoretisch perspectief te beweren dat vrije wil een illusie is terwijl men in de praktijk het geloof in vrije wil blijft koesteren. Ik laat zien dat deze objectie geen hout snijdt. Het praktische oordeel dat iemand uit vrije wil heeft gehandeld is namelijk niet gegrond in opvattingen over de psychologie van de dader. Dit oordeel is veeleer gegrond in een moreel motief: een causale verklaring maakt een immorele daad begrijpelijk en daardoor ook aannemelijk. Op die manier ontkent men de absurditeit van de immorele daad en toont men geen respect tegenover de waardigheid van het slachtoffer. Vandaar het verlangen om de causale verklaring van het immorele handelen tegen te spreken in termen van vrije wil. Deze opvatting over de oorsprong van de vrije wil heeft een bepaald gevolg. Het oordeel dat iemand vrij heeft gehandeld hangt af van het verlangen om de waardigheid van het slachtoffer te beschermen. Dat verlangen treedt echter alleen maar op wanneer iemand immoreel heeft gehandeld, met andere woorden wanneer hij andermans waardigheid heeft geschonden. Als dat niet is gebeurd, dan zullen we er geen enkele moeite mee hebben om te erkennen dat iemand niet vrij heeft gehandeld. De aanname van een vrije wil is met andere woorden gebonden aan de specifieke situatie waarin men wordt geconfronteerd met immorele handelingen. Het gebeurt vaak dat mensen niet immoreel handelen, maar hun gedrag wordt veeleer gezien als teken van een mislukte levenshouding. In die gevallen voelt men zich niet genoodzaakt om de aanname van een vrije wil te formuleren. In het vervolg van mijn proefschrift gebruik ik deze theorie om een bepaalde historische vaststelling te verklaren. Vrije wil is een concept dat in de antieke filosofie van Plato en Aristoteles nog niet aanwezig is. Dit concept komt pas in de middeleeuwse christelijke filosofie centraal te staan. Ik denk dat de theorie over de oorsprong van de vrije wil die ik heb ontwikkeld deze historische vaststelling kan verklaren. Binnen een christelijk kader legt men de nadruk op de morele interesse in de bescherming van de waardigheid van de medemens. Binnen een Grieks perspectief is deze interesse opgenomen in het bredere verlangen om een geslaagd leven te leiden. Aangezien de gedachte van een vrije wil afhangt van de interesse in de bescherming van de waardigheid van de medemens, kan je verklaren waarom die gedachte in een christelijk kader centraal komt te staan.
Publication status: published
KU Leuven publication type: TH
Appears in Collections:Tutorial services, Institute of Philosophy
Husserl-Archives: Centre for Phenomenology and Continental Philosophy

Files in This Item:
File Status SizeFormat
proefschrift_Gerbert Faure_DEF.pdf Published 1104KbAdobe PDFView/Open Request a copy

These files are only available to some KU Leuven Association staff members

 




All items in Lirias are protected by copyright, with all rights reserved.