ITEM METADATA RECORD
Title: Een onderzoek naar het ruimtelijk sturend potentieel van een geïntegreerd regionaal openbaar vervoersproject voor de Vlaamse Nevelstad & Een netwerk van verknoopte corridors als strategie voor de transformatie van mobiliteits- en verstedelijkingspatronen
Other Titles: A Research into the Spatial Steering Potential of an Integrated Regional Public Transport Project for the Flemish Diffuse City & a Network of Interconnected Corridors as a Strategy for the Transformation of Mobility and Spatial Patterns.
Authors: Blondia, Matthias; R0252572
Issue Date: 29-Sep-2014
Abstract: The research aims to formulate an answer on the two following complementary questions:1° Is it possible to design an adequately functioning public transport network within the strongly fragmented spatial structure of Flanders?2° Can such a network act as a lever or a strategic instrument to steer spatial developments, and as such restructure the territory in the long term?The doctoral research looks at these two questions from a specific angle. The concept for a steering high-quality regional public transport network is analyzed in a system-approach, in which the main emphasis lies on the mutual interactions between mobility, transport infrastructure and urbanization patterns. This implies a contextual approach: public transport is embedded in a spatial-physical context, as well as in an institutional and policy context.As a direct consequence of this approach, the answer to the research questions is not formulated as a ‘solution’, nor as a blueprint for an idealised resulting situation. Instead there is a search for strategies to intervene on the existing processes within the system.Therefore, the research question is not really: “What should a steering regional public transport network look like, and towards which spatial organization of the Flemish territory can this lead?”, but instead: “In which way can the existing public transport system be modified, so that both the regional and the steering component can be engaged more strongly?”. Or, in other words: “Through which strategies can future spatial developments and the public transport network be organized in synergy with one another?”.By nature, such a challenge transgresses boundaries of scale and disciplines. To tackle this complexity, the research is divided in two main parts, with one joint chapter in the centre linking them.In the first part, the argument for a steering public transport network is built up from a number of relevant disciplines, both from scientific theory, as well as from current practice within society. Throughout this part of the research, the different components of the new network concept take shape.The three chapters successively treat the underlying ratio of the existing public transport network, the different discourses on the urbanism of diffuse spatial patterns (including the role of infrastructure networks) and finally, a number of foreign best practices, which offer potential points of reference for the Flemish context.These different tracks in the first part, all come together in the central chapter. In this chapter, the conditions for a steering regional network to be successful, are distilled on a conceptual level, and subsequently the structural characteristics of the network are identified; nodal connectivity of the network and the focus on a limited number of regional corridors.Once the concept is defined, the different research tracks diverge again. The elaboration of the network concept in terms of spatial impact results in a number of design strategies, divided into three scale levels: the network (and the territory), the individual line within this network (and the corridor around it), and the individual node along a line (and its surrounding tissue).From 2010 until 2013 the KULeuven, amongst others, was involved in the SBO project ORDERin’F (Organizing Rhizomic Development along a Regional pilot network in Flanders). Although there are strong ties between this doctoral research and the ORDERin’F project, there is not an absolute coupling of both – or more precisely: this doctoral research takes a specific position within ORDERin’F.The main focus of the ORDERin’F project was much more on the quantitative aspect, while this research is mainly qualitative. The reason for this was the conviction of a need for a counterbalance to the existing practice in public transport planning, which is mainly quantitative and sectorally isolated. Methodologically, this doctoral research builds upon design research in all three of its manifestations: research by design (research through design explorations), research on design (reference projects and best practices), en research for design (practical applicability for future projects).
Table of Contents: HOOFDSTUK 1
INLEIDING: METHODOLOGIE, ONDERZOEKSVRAGEN, POSITIONERING


A. Onderzoeksvragen

A.1. Inleiding: een aantal vaststellingen...
A.2. Twee complementaire onderzoeks-vragen
A.3. Beoogde resultaten van het onderzoek
A.4. Relatie met het ORDERin’F project

B. Methodologisch kader

B.1. Mode 2 onderzoek en het combineren van strategieën
B.2. Systemisch onderzoek
B.3. Normatief onderzoek
B.4. Ontwerpmatig onderzoek
B.5. Synthese van de onderzoeks-methodologie

C. Positionering binnen de onderzoeksdomeinen

C.1 Inleiding: een onderzoek tussen disciplines en domeinen in
C.2. Afbakening van het onderzoeksveld
C.3. De loskoppeling van plaats, ruimte en mobiliteit
C.4. Een elementaire systeembenadering van het ondezoeksveld: de cirkel van Wegener
C.5. Het infrastructuurproject als een instrument om het ruimtelijke systeem te beïnvloeden

D. Structuur van de dissertatie

D.1. Het (omgekeerde) piramide-principe
D.2. Een Vlaams onderzoek - taalgebruik en geografische afbakening; leeswijzer


HOOFDSTUK 2
Het huidige openbaar vervoersnetwerk: de probleemstelling uitgediept

A. Basismobiliteit als ondergrens voor het netwerk

A.1. Inleiding
A.2. Mobiliteit als kapitaal
A.3. De bediening van attractiepolen (bestemming)
A.4. Het connecteren van herkomst en bestemming (verbinding)
A.5. Basismobiliteit: noodzakelijk of voldoende?

B. Netmanagement als structurele onderlegger

B.1. Netmanagement en Basismobiliteit
B.2. Opdeling in vervoersgebieden
B.3. Spelregels van het Netmanagement
B.4. Het netmanagement doorgelicht
B.5. Toetsing aan de verplaatsingsmarkt

C. Het sturend vermogen van verkeersmodellering

C.1. Inleiding
C.2. Kritiek in Nederland
C.3. De betrouwbaarheid van het verkeersmodel
C.4. De inzetbaarheid van het verkeersmodel

D. De achterliggende ratio getoetst aan de praktijk

D.1. De ratio van het netwerk
D.2. Een publiek debat over de rol van de VVM?


HOOFDSTUK 3
De diffuse stad als context voor infrastructuur- en mobiliteitsplanning

A. Een beknopte positionering van de Nevelstad

A.1. Het discours van de tussenstad.
A.2. These/antithese/synthese

B. Een kadering binnen de huidige conceptvorming over Vlaamse verstedelijking

B.1. Het actuele planningsproces: een nieuw Beleidsplan Ruimte
B.2. Polycentraliteit ‘op Vlaamse leest geschoeid’
B.3. Radicale decentralisatie

C. De ruimtelijke context als een project benaderd

C.1. Een ‘volwassen’ Nevelstad: transformatie in plaats van groei
C.2. Een strategisch project…
C.3. … Op regionale schaal

D. Het actuele infrastructuurproject

D.1. Een sequentie van modus-gebonden paradigma’s
D.2. Een fundamentele paradigma-verschuiving

E. Besluit: tranformatie door middel van verstelwerk.

E.1. Een radicale transformatie via verstelwerk.
E.2. De verschillende dimensies van het geïntegreerde infrastructuur-project
E.3. Openbaar vervoer in concurrentie met het privaat vervoer.
E.4. De gelaagde ruimte en het openbaar vervoersnetwerk in wederkerigheid
E.5. De betekenis van ‘verstelwerk’ in de praktijk


HOOFDSTUK 4
BEPROEFDE RECEPTEN VOOR STUREND OPENBAAR VERVOER: BUITENLANDSE VOORBEELDEN

A.‘Verstelwerk’ in de praktijk: nieuwe concepten versus transformatie van bestaande

A.1. Inleiding
A.2. Tegenvoorbeeld: PRT en de gedoemde liefde voor technologie
A.3. Voorbeeld: Light Rail als resultaat van technologisch verstelwerk
A.4. Verstelwerk als een vanzelfsprekend-heid

B. Verbinding door overlap: integratie van infrastructuur-netwerken

B.1. Achtergrond en basisconcept
B.2. Lijn per lijn: de infrastructuur van de RandstadRail
B.3. Complexiteit als struikelblok.

C. Verbinding door verknoping: diffuse mobiliteit opvangen met een ‘vernet netwerk’ – het kanton Zürich (CH)

C.1. Een uitgesproken succesverhaal…
C.2. … door de combinatie van een aantal factoren
C.3. Een geïntegreerde netwerk-benadering als radicale transformatie

D. Conclusie: lessen uit het buitenland

D.1. De vergelijking toch gemaakt: Zürich versus Vlaanderen?
D.2. Het vooropgestelde ideaalplan en het voortschrijdend inzicht gecombineerd in twee complementaire strategieën


HOOFDSTUK 5
EEN CONCEPT VOOR DE ‘SLIMME TRANSFORMATIE’ VAN HET OPENBAAR VERVOERSNETWERK

A. Een kader voor een nieuw openbaar vervoersconcept

A.1. De morfologische versus relationele structuur van de Nevelstad
A.2. De corridor als verbindende figuur tussen overlappende patronen
A.3. De schaalverbreding van openbaar vervoersmodi
A.4. Het bestaande netwerk als vertrekpunt
A.5. Een instrumentarium op het raakvlak van openbaar vervoersplanning en ruimtelijke planning

B. Kwantitatieve verkenning

B.1. Squaresville, de ultieme diffuse stad
B.2. Het diffuse netwerk verknoopt
B.3. Squaresville wordt Corridorville
B.4. Het netwerk van corridors verknoopt

C. Een tweeledige strategie

C.1. Inleidend
C.2. Het concept samengevat.
C.3. Een catch-22 tussen ruimte en mobiliteit?
C.4. Een catch-22 tussen netwerk en corridor?

D. Een verknoopt netwerk...

D.1. Overstappen volgens verschillende modaliteiten en netwerkcomponenten
D.2. Enkele netwerk-karakteristieken
D.3. Het netwerk-effect
D.4. Piek versus basis, vraag versus aanbod
D.5. Flankerende maatregelen voor netwerkorganisatie

E. … Opgebouwd uit corridors

E.1. Van transportconcept tot ruimtelijk concept
E.2. De corridor als morfologische neerslag van mobiliteit
E.3. De corridor versus het model van de lineaire stad
E.4. Een lineair polycentrische structuur als doelstelling

F. Besluit: een nieuw netwerk, een andere achterliggende ratio

F.1. Basismobiliteit en netmanagement op de helling?
F.2. De impact van infrastructuuraanleg op de mobiliteit
F.3. Basisbereikbaarheid als nieuwe ratio
F.4. De ruimtelijke impact als onderzoeksvraag voor verdere uitwerking


HOOFDSTUK 6
EEN NETWERK VAN OVERLAPPENDE FIGUREN: STRUCTUUR IN DE COMPLEXITEIT

A. Uitdagingen bij het ontwerp van regionale openbaar vervoersnetwerken

A.1. Een leemte in het kennisdomein
A.2. Het onderzoek op netwerkniveau

B. netwerk: Een leesbare en robuuste structuur

B.1. Kenmerken van robuust openbaar vervoer
B.2. De robuustheid van een netwerk van verknoopte corridors
B.3 Brengt congestie de robuustheid in het gedrang?
B.4. Strategieën om de leesbaarheid van het netwerk te vergroten

C. RUIMTE: het potentieel van een complexe overlap

C.1. De onderlinge verknoping van lokale en regionale netwerken
C.2. Een casco voor regionale ontwikkelingen
C.3. De groeimarges van stedelijke agglomeraties

D. toepassing en synthese: Het netwerkconcept toegepast op de regio rond Kortrijk

D.1. Achtergrond – onderzoek HOV Kortrijk, studio Hoog-Kortrijk en Rekover
D.2. Een groeimodel voor openbaar vervoerscorridors
D.3. Besluit


HOOFDSTUK 7
DE OPENBAAR VERVOERSVERBINDING OP HET TERRITORIUM GEPROJECTEERD

A. De afbakening van drie ontwerpconcepten.

A.1. Het onderzoek op corridorniveau
A.2. De regio Klein-Brabant en omgeving als onderzoekslabo
A.3. Drie structuren als basis voor het ontwerpend onderzoek

B. Concept 1: het ‘downgraden’ van heavy rail naar light rail

B.1. Inleiding
B.2. Case: een interregionaal spoorlijntracé
B.3. Case: een regionaal verbindend en ontsluitend spoorlijntracé
B.4. Case: een lokaal ontsluitend spoorlijntracé

C. Concept 2: het ‘vertrammen’ van buscorridors

C.1. Inleiding
C.2. Case: de tram toegevoegd aan de bestaand dwarssectie
C.3. Case: de tram op een parallel tracé
C.4. Case: de tram vervangt de secundaire weg

D. Concept 3: het landschap als drager voor openbaar vervoerscorridors

D.1. Inleiding
D.2. Case: reliëfverschillen als leidend principe
D.3. Case: Een lineaire dijkstructuur als ruggengraat
D.4. Case: watergebonden kernen
D.5. Case: het postindustrieel patchwork van watergebonden bedrijvigheid
D.6. Case: de herwaardering van het ontgonnen productief landschap

E. Lessen uit het ontwerpend onderzoek

E.1. Wat met Klein-Brabant?
E.2. Recurrente ontwerpvariablen: een afwegingskander


HOOFDSTUK 8.
KNOPEN VAN OPENBAAR VERVOER IN EEN DIFFUUS VERSTEDELIJKTE CONTEXT

A. Inleiding: de knoop is geen centrum

A.1. Het onderzoek op knoopniveau
A.2. Strategieën om met beperkte ‘kritische massa’ om te gaan

B. Een projectmatige taxonomie van ontwerpstrategieën

B.1. Vertrekpunt: het organiseren van stromen
B.2. Het interioriseren van programma: het station als ‘congestiemachine’
B.3. Een integrerend plan: de ambitie om inclusieve plannen te maken
B.4. Samenhang tussen verschillende knopen binnen een corridor
B.5. De kwaliteiten van de context zichtbaar maken

C. Topografische versus topologische centraliteit

C.1. De strategieën binnen het knoop-plaats model
C.2. Een korte terugkoppeling naar de schaal van het territorium


HOOFDSTUK 9
BESLUIT: Voorbij het onderzoek

A. De synthese van het onderzoek

A.1. Samenvatting van de conclusies
A.2 De twee onderzoeksvragen beantwoord
A.3. Het vervolgtraject aangezet

B. Sporen voor verder onderzoek

B.1. Basismobiliteit herbekeken
B.2. De casco als een robuuste structuur: van concept naar project
B.3 De positionering ten opzichte van het privaat personenvervoer
B.4 De positionering ten opzichte van technologische innovatie en andere (of nieuwe) modi
B.5. Modellering en kwantitatief onderzoek

C. Tenslotte: over de maatschappelijke inzet van het onderzoek

C.1. Het onderzoek naar de praktijk vertaald
C.2. Tussen theorie en praktijk
C.3. Het gepolariseerd maatschappelijk debat
C.4. De positie van het onderzoek binnen/naast het debat

BIBLIOGRAFIE

FIGURENLIJST

PUBLICATIELIJST
ISBN: 978-94-6018-887-9
Publication status: published
KU Leuven publication type: TH
Appears in Collections:Architecture and Society (+)
Architecture and Design (+)

Files in This Item:
File Status SizeFormat
BLONDIA phd.pdf Published 54903KbAdobe PDFView/Open Request a copy

These files are only available to some KU Leuven Association staff members

 




All items in Lirias are protected by copyright, with all rights reserved.