ITEM METADATA RECORD
Title: Belgiës gespleten erfgoedbescherming - Internationaal privaatrechtelijke aspecten van de patrimoniumpolitiek
Authors: Demarsin, Bert # ×
Issue Date: 2012
Publisher: Kluwer
Series Title: Tijdschrift voor Belgisch Burgerlijk Recht / Revue Générale de Droit Civil vol:1 pages:2-30
Abstract: Dit artikel is gewijd aan de internationaal privaatrechtelijke aspecten van het goederenrechtelijke beschermingsregime voor cultureel erfgoed, zoals dat werd vormgegeven in de voornaamste kunsthandelsjurisdicties in het algemeen, en in België in bijzonder. Sleutelrol voor verwijzingsregels bij revindicatie van cultuurgoederen - Om het enorme praktische belang van de verwijzingsregels bij revindicatie van gestolen en illegaal verhandelde cultuurgoederen ten volle te kunnen duiden, vangt het artikel aan met een omstandig rechtsvergelijkend overzicht van de regels inzake de rechtsverkrijging a non domino en de verkrijgende verjaring van roerende goederen. De nationale oplossingen blijken immers erg sterk uiteen te lopen. Ook binnenin de vaak radicaal tegengestelde benaderingen van common law en civil law-jurisdicties tekenen meer subtiele verschillen zich af, zodat voor wie een hele waaier van jurisdicties in kaart brengt achter het “koper-eigenaar dilemma” in de praktijk een nog veel meer genuanceerd en gediffentieerd beeld schuilgaat. Ofschoon het cruciale belang van het IPR in internationale goederenrechtelijke geschillen reeds alleen op basis daarvan kan blijken, breidt het artikel voor de voornaamste kunsthandelslanden de analyse uit met een beschrijving van de diverse nationale maatregelen ter bescherming van het cultureel erfgoed en een verduidelijking van hun civielrechtelijke betekenis. De bedoeling daarvan is niet louter comparatief, maar stelt andermaal het belang van het IPR-vraagstuk van het toepasselijke recht in het licht. Effectiviteit van een nationale erfgoedpolitiek in een geglobaliseerde wereld - Wat dat laatste betreft brengt deze bijdrage in de eerste plaats de internationaal erkende lex rei sitae-regel en het bijhorende conflit mobile-probleem in herinnering, om aansluitend de ingrijpende gevolgen daarvan voor de erfgoedbescherming te duiden. Toepassing van de voormelde principes leidt er immers toe dat nationale maatregelen ter vrijwaring van het cultureel erfgoed, zoals de onvervreemdbaar- en onverjaarbaarheid, of de exportrestricties, dode letter blijven zodra de beschermde cultuurgoederen (wederrechtelijk) de grens overgaan. Zodoende brengt het artikel een aantal technieken in kaart die in de doctrine worden geopperd om het probleem van de internationale afdwinging van nationale beschermingsregels te verhelpen, doch verduidelijkt het meteen hoe bij de invoer van het Belgische IPR-wetboek een en ander op een enigszins andere, originele manier werd geïmplementeerd, met de keuze voor bijzondere verwijzingsregels voor gestolen goederen en illegaal verhandelde cultuurgoederen (art. 90 en 92 BW). Conclusie: Belgiës gespleten erfgoedpolitiek Op het internationaal toneel staat België echter nagenoeg alleen staat met de afdwinging van buitenlandse exportrestricties inzake cultureel erfgoed via het keuzemechanisme van artikel 90 Wetboek IPR. Alle terecht geformuleerde kritiek en aanmoedigingen tot overstap naar een lex originis-geïnspireerd systeem vanwege de internationale doctrine ten spijt, het gros van de landen is eenvoudigweg niet bereid de lex rei sitae-regel op te geven om buitenlandse handelsrestricties op erfgoed af te dwingen. Dat is op zich best begrijpelijk. Onvervreembaarheid en onverjaarbaarheid van beschermde cultuurgoederen zijn internationaal immers geen gemeen goed. Dat mag reeds blijken uit de Belgische situatie waar niet alle beschermde cultuurgoederen dergelijk statuut genieten, vermits dit via de omweg van het openbaar domein moet gerealiseerd worden. Landen als de Verenigde Staten, Duitsland, Zweden, het Verenigd Koninkrijk en Ierland kennen al helemaal geen goederenrechtelijke bescherming van cultuurgoederen, zodat zij de afdwinging van dergelijke regels uit het buitenland als veelal strijdig met de eigen juridische orde zullen oordelen. Vanuit die gedachte is de Belgische verwijzingsregel van artikel 90 Wetboek IPR pas echt opmerkelijk. Die laat immers toe goederenrechtelijke restricties af te dwingen, wat momenteel internationaal gezien allerminst navolging krijgt, en wat onze eigen wet- en/of decreetgever daarenboven kennelijk niet noodzakelijk vond om de nationale/regionale beschermingsregelgeving in te schrijven. Het is precies deze gespletenheid die uitnodigt België’s nationale terughoudendheid en internationale generositeit in vraag te stellen.
ISSN: 0775-2814
VABB publication type: VABB-1
Publication status: published
KU Leuven publication type: IT
Appears in Collections:Centre for Methodology of Law
Faculty of Law, Campus Brussels - miscellaneous
Faculty of Law
× corresponding author
# (joint) last author

Files in This Item:

There are no files associated with this item.

Request a copy

 




All items in Lirias are protected by copyright, with all rights reserved.