ITEM METADATA RECORD
Title: Bijdrage tot het opstellen van een richtlijn vroegtijdige zorgplanning in woonzorgcentra
Authors: Janssen, Lana
Van Mechelen, Wouter
Van Royen, Paul
De Lepeleire, Jan
Issue Date: May-2012
Publisher: Academisch Centrum Huisartsgeneeskunde KU Leuven
Abstract: Context:
Vroegtijdige zorgplanning (VZP) is een communicatieproces dat als doel heeft de zorg bij het levenseinde beter te doen aansluiten bij de wensen en voorkeuren van de patiënt. In het eerste deel van de masterproef wordt een literatuuronderzoek gedaan omtrent VZP in woonzorgcentra. Men kan besluiten dat VZP enkel goede resultaten kan geven indien een goed model wordt gebruikt. Momenteel bestaat er in België geen eenduidig model. Verder blijven er ook nog een heel aantal onopgeloste vragen. Daarom is het noodzakelijk dat er een richtlijn wordt opgesteld die antwoorden geeft op al de vragen die beantwoord moeten worden bij het opstellen van een vroegtijdig zorgplan. Het tweede deel van de masterproef beschrijft het diepgaand zoekroces in de literatuur dat deel uitmaakt van de richtlijnontwikkeling op niveau van de Vlaamse Federatie Palliatieve zorgen.
Onderzoeksvraag:
In teamverband werden klinische vragen geformuleerd welke werden geclusterd in thema’s en verdeeld onder de teamleden. Uit deze klinische vragen werden de zoekvragen geformuleerd. In deze masterproef worden antwoorden gezocht op drie zoekvragen: wanneer VZP aanbrengen? Wie neemt het initiatief tot het starten van een gesprek over VZP?Wat is de meest geschikte methode om een patiënt te informeren over VZP?
Methode (literatuur & registratiewijze): Een gestructureerd literatuuronderzoek werd gevoerd waarbij eerst richtlijnen werden gezocht, vervolgens reviews en meta-analyses en tenslotte gerandomiseerde gecontroleerde onderzoeken en gecontroleerde klinische onderzoeken. De weerhouden richtlijnen werden beoordeeld via het AGREE-instrument. De weerhouden artikels werden via de Cochrane beoordelingsformulieren beoordeeld.
Resultaten: Er werden 3 richtlijnen, 2 reviews en 2 gerandomiseerde gecontroleerde onderzoeken weerhouden.
Conclusies:
Er bestaan verschillende momenten om VZP aan te brengen. VZP dient best aangehaald te worden op een moment dat de patiënt zich in een stabiele gezondheidstoestand bevindt. De arts is meestal degene die het initiatief dient te nemen tot de gesprekken. Een gesprek van persoon tot persoon is de meest geschikte methode om een patiënt te informeren over VZP. Het informatief gesprek vormt slechts één gesprek in een reeks gesprekken over VZP. Daarnaast voorziet men best ook informatief materiaal dat met de patiënt kan meegegeven worden. Tenslotte dient de patiënt ook aangemoedigd te worden om in de vervolggesprekken een familielid of vertrouwenspersoon mee te brengen zodat deze eventueel als vertegenwoordiger zou kunnen optreden in het vervolgstadium.
Publication status: published
KU Leuven publication type: DI
Appears in Collections:Academic Center for General Practice

Files in This Item:

There are no files associated with this item.

Request a copy

 




All items in Lirias are protected by copyright, with all rights reserved.