ITEM METADATA RECORD
Title: De implementatiesetting van het Vlaamse GOK-beleid. Van bevoordeelde tot achtergestelde school
Other Titles: SSL-paper nr. SSL/OD1/2011.47
Authors: Poesen-Vandeputte, Mayke
Nicaise, Ides
Issue Date: 26-Jun-2012
Publisher: Steunpunt Studie- en Schoolloopbanen
Abstract: Sinds 2002 voert de Vlaamse overheid een beleid inzake gelijke onderwijskansen (GOK) door extra lestijden toe te kennen aan basisscholen die meer dan 10% kansarme kinderen onderwijzen. Dit manuscript beoogt de positie van een school in het onderwijsveld (in termen van Bourdieu) te achterhalen en haar profiel uit te tekenen. Bovendien gaat het na in welke mate alle leerlingen toegang hebben tot onderwijs van dezelfde kwaliteit – of, anders geformuleerd: of kansarme leerlingen naar minder kansrijke scholen gaan. Daarmee draagt deze contextanalyse van het GOK-beleid op schoolniveau bij aan een evaluatie van voornoemd beleid.
De literatuur over buurteffecten, onderwijssociologie en integrale kwaliteitszorg leidt naar een multidimensionaal concept van schoolcontext als theoretisch kader: contextvariabelen zoals de kwaliteit van de infrastructuur of buurtkenmerken en input variabelen zoals schoolcompositie of personeelskenmerken worden verondersteld een invloed te hebben op de eerder bevoordeelde of achtergestelde positie van een school.
Door middel van een latente klasse analyse (LCA) worden homogene groepen van scholen gevormd.
De gebruikte data zijn afkomstig van de Vlaamse overheid en van de SiBO-databank. Deze databank is het resultaat van een grootschalig longitudinaal onderzoek waarbij meer dan 3500 kinderen in meer dan 100 Vlaamse scholen gevolgd werden gedurende hun volledige studieloopbaan in het lager onderwijs.
De LCA legt drie groepen van basisscholen bloot.
Klasse 1 omvat de ‘scratch’ basisscholen. Zij hebben alles in huis (goede infrastructuur, ervaren leerkrachten, …) om een gunstige positie in het onderwijsveld in te nemen. De scholen van klasse 1 hebben gemiddeld 20% GOK-leerlingen.
Klasse 2 omvat de brandpuntscholen. Dit zijn duidelijk achtergestelde scholen in een vaak grootstedelijke en/of kansarme buurt met een slechte infrastructuur, een minder ervaren, vaak wisselend leerkrachtenteam, ... Brandpuntscholen hebben gemiddeld 68% GOK-leerlingen.
Klasse 3 omvat de onderwijskansenscholen met extra troeven. Net zoals de brandpuntscholen hebben ze gemiddeld 72% GOK-leerlingen, maar voor de andere kenmerken scoren ze (zeer) gunstig. De schoolcompositie kan een nadelige rol spelen voor de positie van deze scholen in het onderwijsveld, maar ze hebben extra troeven in huis (vb. ervaring OVB, sterke directie, …) om dit te ondervangen.
De verschillen in het gemiddeld percentage GOK-leerlingen zijn significant tussen klasse 1 en klasse 2 en tussen klasse 1 en klasse 3. Kansarme kinderen gaan dus niet altijd naar kansarme scholen, maar er is eerder sprake van een sociale stratificatie aan de ‘bovenkant’.
De context waarbinnen het GOK-beleid geïmplementeerd wordt, is dus niet voor elke school hetzelfde. Er tekenen zich in het onderwijsveld drie groepen basisscholen af die een verschillende positie innemen met meer of minder kans op succes.
Publication status: published
KU Leuven publication type: ER
Appears in Collections:Professional Learning & Development, Corporate Training and Lifelong Learning
Research Group Education and Lifelong Learning

Files in This Item:
File Description Status SizeFormat
OD1_2011_47_Implementatiesettting GOK.pdf Published 1553KbAdobe PDFView/Open

 


All items in Lirias are protected by copyright, with all rights reserved.