ITEM METADATA RECORD
Title: Wanneer is een school een goede school? Opiniestuk
Authors: De Fraine, Bieke
Van Damme, Jan
Van de gaer, Eva
Boonen, Tinneke
Van Nijlen, Daniƫl
Issue Date: 22-May-2008
Series Title: De Standaard vol:2008 issue:22 mei
Abstract: Leerlingen in vrije scholen (vooral katholieke) halen gemiddeld betere prestaties dan leerlingen in officiële scholen, blijkt uit onderzoek. 'Die gegevens moeten niet onder de mat geveegd worden, maar wees behoedzaam met de conclusies die eraan verbonden worden', bezweren vijf onderwijskundigen.
Wat is de eigenlijke oorzaak van de verschillen tussen scholen? Het is precies die vraag die onderzoekers in het domein van de onderwijseffectiviteit bezighoudt: waarom scoort de ene school beter dan de andere? Vanuit onze achtergrond als onderwijskundigen willen we hier verdedigen dat verschillen tussen scholen (en netten) toegeschreven kunnen worden aan drie factoren: het gekozen criterium, het leerlingenpubliek en de vormgeving van het onderwijs.

Wanneer is een school een goede school? Als het welbevinden van de leerlingen hoog is? Als er een intensieve studiekeuzebegeleiding is? Als de ouders betrokken worden bij het onderwijs? Als leerkrachten zich thuis voelen in het team? Als er zelden gespijbeld wordt? Als de verschillen tussen kansarme en kansrijke leerlingen verminderd worden?

Er zijn oneindig veel criteria. Het internationale Pisa-onderzoek vernauwt onderwijskwaliteit tot scores voor wiskundige geletterdheid, wetenschappelijke geletterdheid en leesvaardigheid. Bovendien worden deze drie aspecten dusdanig gemeten dat men zich kan afvragen of men datgene meet wat in onderwijs wordt nagestreefd, dan wel een soort van intelligentie.

Resultaten van leerlingen hangen niet enkel samen met de kwaliteit van het genoten onderwijs, maar ook met factoren die buiten de school liggen zoals de capaciteiten van de leerling, de sociaal-economische thuissituatie en de thuistaal. Scholen kunnen niet verantwoordelijk gesteld worden voor elementen waarop ze geen invloed hebben. Bruto schooleffecten (gemiddelde leerlingenresultaten) zijn eerder een weerspiegeling van het leerlingenpubliek dan van de kwaliteit van het onderwijs op school.

Daarom moet er bij het vergelijken van scholen gecorrigeerd worden voor rekruteringsverschillen. De aldus berekende netto schooleffecten geven aan wat de 'toegevoegde waarde' is van een school. Ze verduidelijken of leerlingen met een vergelijkbare achtergrond beter presteren op de ene school dan op de andere school.

Senator Alain Destexhe (MR) corrigeert in zijn analyses voor het diploma van de ouders of voor de origine van leerlingen. Hij redeneert dat de overblijvende verschillen tussen de katholieke en officiële scholen dus niet langer toe te schrijven zijn aan verschillen in leerlingenpubliek. Dat klopt niet helemaal omdat het een uiterst beperkte controle betreft.

Idealiter wordt rekening gehouden met de aanvangsscores van leerlingen, zodat kan worden nagegaan hoe groot de leerwinst is die scholen boeken met hun leerlingen. Maar het Pisa-onderzoek beschikt helaas niet over zulke gegevens.

Daarnaast had de senator bovenop individuele leerlingkenmerken ook rekening kunnen houden met de groepssamenstelling (zoals bijvoorbeeld het percentage allochtone leerlingen of het percentage leerlingen met moeder zonder diploma hoger onderwijs). Wij stellen immers vast dat die groepssamenstelling een bijkomend effect heeft op resultaten van leerlingen.

In ons eigen onderzoek in Vlaamse secundaire scholen stelden we, na uitgebreide correctie, meestal vast dat er geen significante verschillen waren tussen de netten, behalve in sommige gevallen in het voordeel van het gemeenschapsonderwijs.

Vanuit zijn analyses pleit de senator voor een grotere autonomie van scholen. Maar misschien zijn er nog andere verschillen tussen vrije en officiële scholen die een verklaring kunnen bieden. Er zijn bijvoorbeeld verschillen in schoolcultuur, lessentabellen, leerplannen, participatieorganen en schoolgebouwen.

Enkele decennia van onderzoek naar kwaliteitsbevorderende factoren heeft helaas niet geleid tot één kant-en-klaar recept voor een effectieve school. Uit onderzoek in de Verenigde Staten blijkt wél dat het beter is als scholen een eigen personeelsbeleid kunnen voeren. We gaan daarom akkoord met het pleidooi voor een grotere deregulering inzake personeelsbeleid, zeker in vergelijking met het vroegere rijksonderwijs. Vlaanderen heeft al heel wat initiatieven genomen in die richting.

Toch willen we ook waarschuwen dat een grotere autonomie niet enkel kan leiden tot betere onderwijskwaliteit, maar ook tot een grotere sociale ongelijkheid.
Description: Zie ook http://ppw.kuleuven.be/home/english/research/etrg/coeenglish/wanneer-is-een-school-een-goede-school
ISSN: 0779-3847
Publication status: published
KU Leuven publication type: WP
Appears in Collections:Educational Effectiveness and Evaluation

Files in This Item:

There are no files associated with this item.

Request a copy

 




All items in Lirias are protected by copyright, with all rights reserved.