ITEM METADATA RECORD
Title: Complicaties na de behandeling van borstkanker. Meten, behandelen en preventie van arm lymfoedeem.
Other Titles: Complications after breast cancer treatment. Measurement, treatment and prevention of arm lymphoedema.
Authors: Devoogdt, Nele
Issue Date: 9-Sep-2010
Abstract: Borstkanker is de meest voorkomende kanker bij vrouwen. Gelukkig overleven meer en meer vrouwen deze kanker. Dit betekent dat de levenskwaliteit na de behandeling voor borstkanker des te belangrijker wordt. De mate van het fysiek actief zijn op korte en lange termijn na de operatie en de aanwezigheid van arm morbiditeit hebben een grote invloed op deze levenskwaliteit.In HOOFDSTUK I van dit doctoraal onderzoek worden deze fysieke complicaties onderzocht. Tweehonderd zevenenzestig borstkankerpatiënten hebben een vragenlijst ingevuld (the Flemish Physical Activity Computerised Questionnaire) om zo de beroeps-, sport- en huishoudelijke activiteiten van borstkankerpatiënten te kennen. De vragenlijst werd voor de operatie ingevuld en 1, 3, 6 en 12 maanden na de operatie. Het activiteiten niveau werd uitgedrukt in MET-uren per week. Het totale fysieke activiteiten niveau van de patiënten was de eerste maand na de operatie significant gedaald en herstelde traag na de operatie. De fysieke activiteiten niveaus gerelateerd aan beroep, sport en huishouden kenden hetzelfde postoperatieve verloop. Eén jaar na de operatie was het totale activiteiten niveau (in vergelijking met preoperatief) significant gedaald met 5%. Het beroepsactiviteiten niveau van de patiënten die voor de operatie werkten was gedaald met 85%, het sportactiviteiten niveau van de patiënten die voor de operatie sportten was gedaald met 61% en het activiteitenniveau gerelateerd aan het huishouden met 17%. In de tweede studie van dit hoofdstuk werd de arm morbiditeit geëvalueerd en dit 3.4 jaar na de okseluitruiming voor borstkanker. Eenendertig procent van de patiënten hadden nog steeds een beperkte schouder beweeglijkheid, 79% van de patiënten ondervond pijn en discomfort ter hoogte van het bovenste lidmaat, 51% vermeldde beperkingen van hun dagelijkse activiteiten en 18% van de patiënten had lymfoedeem.In HOOFDSTUK II werd de betrouwbaarheid en validiteit van onze zelfontworpen perimeter onderzocht. Dit meettoestel bepaalt om de 4 cm de armomtrek. Het elimineert de nadelen verbonden aan de klassieke manier van omtreksmetingen, zoals het verschil in trekspanning op het meetlint wanneer de metingen door verschillende personen uitgevoerd worden, de moeilijkheid om de referentiepunten steeds op de zelfde plaats te zetten en de tijd die besteed wordt aan de omtreksmetingen. Honderdentwaalf patiënten namen deel aan dit onderzoek. Om de betrouwbaarheid van onze perimeter na te gaan, werden de metingen twee maal na elkaar uitgevoerd met een tijdspanne van slechts enkele dagen ertussen. Om de validiteit na te gaan hebben we eveneens het armvolume met de volumeter gemeten. Afhankelijk van de plaats van de omtreksmeting, varieerde de Intraclass Correlation Coefficient tussen 0.94 en 0.99. Dit betekent een uitstekende test-retest betrouwbaarheid. De meetfout ter hoogte van de verschillende meetplaatsen (uitgezonderd 20 cm boven de elleboog) was laag en varieerde tussen 0.2 cm en 0.5 cm en een toename van de armomtrek van 1.0 cm of meer was klinisch relevant. De validiteit van onze perimeter was niet goed. De armvolumes berekend uit de armomtrekken en de armvolumes gemeten met een volumeter weken teveel van elkaar af.Bij lymfoedeem patiënten is het niet alleen noodzakelijk de armzwelling te meten, ook de andere stoornissen in functie, beperkingen in activiteiten en participatieproblemen die verband houden met het arm lymfoedeem moeten geëvalueerd worden. In de wetenschappelijke literatuur hebben we verschillende vragenlijsten gevonden die de functioneringsproblemen gerelateerd aan lymfoedeem meten. Geen van deze vragenlijsten waren echter betrouwbaar en valide en waren gebaseerd op de terminologie van de Internationale Classificatie van het menselijke Functioneren. Daarom hebben we zelf een vragenlijst ontwikkeld, de Lymfoedeem Stoornis, Beperking, Participatieprobleem (Lymf-ICF) vragenlijst (HOOFDSTUK IV). We hebben deze getest op betrouwbaarheid en validiteit op 60 borstkankerpatiënten met (objectief of subjectief) lymfoedeem en 30 borstkankerpatiënten zonder lymfoedeem. Test-retest betrouwbaarheid en interne consistentie waren goed tot uitstekend. Er waren geen systematische wijzigingen van de scores op de vragenlijsten tussen beide tijdstippen. De meetfout was klein, waardoor de bovengrens en ondergrens voor klinisch relevante wijzigingen aanvaardbaar waren. De inhoudsvaliditeit en constructvaliditeit waren eveneens goed.In HOOFDSTUK IV hebben we een systematische literatuurstudie uitgevoerd over de evidence-based kinesitherapeutische behandeling van lymfoedeem, ontwikkeld na de borstkankerbehandeling. Enkel (pseudo-) gerandomiseerde en gecontroleerde studies, en niet-gerandomiseerde experimentele studies werden in deze review opgenomen. We kunnen met enige voorzichtigheid stellen dat Combined Physical Therapy een effectieve behandeling is voor arm lymfoedeem. Wanneer we het effect beoordeelden van zijn verschillende onderdelen, bleek dat enkel de bandage een effectieve behandeling is voor lymfoedeem (dit is wel onderzocht op een heterogene groep met lymfoedeem van het bovenste of onderste lidmaat). De effectiviteit van huidzorg, oefeningen, een steunmouw en hoogstand is nog nooit onderzocht aan de hand van een controleerde studie en over het effect van MLD ter behandeling van lymfoedeem bestaat geen consensus. Pneumatische compressietherapie is effectief, maar wanneer de behandeling gestopt wordt, neemt het lymfoedeem onmiddellijk toe. In het laatste hoofdstuk (HOOFDSTUK V) hebben we het preventieve effect van MLD onderzocht op het ontwikkelen van arm lymfoedeem. De experimentele groep kreeg richtlijnen ter preventie van lymfoedeem, oefeningen en MLD en de controlegroep kreeg enkel richtlijnen en oefeningen. Dit 20-weken durend programma werd door 160 borstkankerpatiënten uitgevoerd en werd ongeveer 3 weken na de okseluitruiming gestart. Alle patiënten werden voor de operatie gemeten en 1, 3, 6 en 12 maanden na de operatie. Lymfoedeem werd gedefinieerd als minstens 2.0 cm toename van minstens twee naast elkaar gelegen armomtrekken en dit in vergelijking met de preoperatieve meting. De incidentie was vergelijkbaar tussen de experimentele groep en de controlegroep op 6 maanden (12% versus 10%, p=0.69) en op 12 maanden (23% versus 18%, p=0.54) na de operatie. Naast deze definitie werd lymfoedeem eveneens gedefinieerd als minstens 200 ml toename van het armvolume in vergelijking met preoperatief. Ook voor deze definitie was de incidentie van lymfoedeem op elk tijdstip vergelijkbaar tussen beide groepen. De experimentele groep en controlegroep waren eveneens vergelijkbaar wat betreft de prevalentie van lymfoedeem, de tijd tot het ontwikkelen van het lymfoedeem, de wijziging van het armvolume, de levenskwaliteit van de patiënt en de functioneringsproblemen die verband houden met het ontwikkelen van een lymfoedeem. Hieruit kunnen we besluiten dat MLD geen preventief effect heeft op het ontwikkelen van lymfoedeem.
Publication status: published
KU Leuven publication type: TH
Appears in Collections:Research Group for Neuromotor Rehabilitation
Multidisciplinary Breast Clinic Section (-)
Research Group for Cardiovascular and Respiratory Rehabilitation
Surgical Oncology

Files in This Item:
File Status SizeFormat
Doctoraat Nele Devoogdt (Lirias).pdf Published 1672KbAdobe PDFView/Open Request a copy

These files are only available to some KU Leuven Association staff members

 




All items in Lirias are protected by copyright, with all rights reserved.