ITEM METADATA RECORD
Title: Narratieve vaardigheden bij kinderen met SLI
Authors: Vandewalle, Ellen ×
Boets, Bart
Ghesquière, Pol
Zink, Inge #
Issue Date: 2009
Conference: VVL-congres, Thema: Upgrading Logopedie edition:31 location:Antwerpen date:12 December 2009
Abstract: Inleiding:
Kinderen met een specifieke taalontwikkelingsstoornis (SLI) hebben vaak problemen met morfo-syntaxis, semantiek en pragmatiek. Hierdoor zijn meestal ook hun narratieve vaardigheden verstoord. Deze vaardigheden kunnen gemeten worden aan de hand het navertellen, zelf vertellen of zelf genereren van een verhaal. De verschillende methoden hebben elk voor- en nadelen: bij verhalen die naverteld worden kan de morfo-syntaxis complexer zijn, maar bij zelf gegeneerde verhalen kunnen meer spontane taalfouten opgemerkt worden. Bekende tests om narratieve vaardigheden in het Nederlands te meten zijn de Bus Story test (naverteltaak aan de hand van prenten) en de verteltaken van de Taaltoets Alle Kinderen (verhalen die zelf gegenereerd worden op basis van prenten).

Methode:
In de derde kleuterklas werden 24 kinderen met SLI en 24 normaal ontwikkelende controlekinderen geselecteerd. De kinderen van beide groepen werden individueel gematcht op basis van geslacht, klas, leeftijd, niet-verbale intelligentie en opleidingsniveau van beide ouders. Bij deze twee groepen werden de Bus Story test en de twee verteltaken van de TAK afgenomen zowel in het eerste als in het tweede leerjaar. Van deze drie vertelde verhalen werden een informatiescore en verschillende morfo-syntactische vaardigheden (MLU, zinsbouw, gebruik van ondergeschikte zinnen, bepaalde lidwoorden en werkwoordstijden en congruentiefouten) berekend. Groepsvergelijkingen en evoluties doorheen de tijd werden geanalyseerd aan de hand van Mixed Model Analyses.

Resultaten:
De resultaten tonen aan dat de SLI-groep significant zwakker scoort op de inhoud van het verhaal en verschillende morfo-syntactische vaardigheden in vergelijking met de controlegroep. De SLI-groep maakt kortere zinnen, gebruikt minder ondergeschikte zinnen en verleden tijd en maakt meer fouten tegen zinsbouw en bepaalde lidwoorden. Deze verschillen komen voornamelijk tot uiting in de naverteltaak. De kinderen met SLI maken in het 1ste leerjaar ook meer congruentiefouten op beide taken in vergelijking met de controlekinderen. Beide groepen maken wel een vergelijkbare evolutie door van het eerste naar het tweede leerjaar.

Conclusie en discussie:
Kinderen met SLI hebben meer problemen met het navertellen en zelf genereren van verhalen in het eerste en tweede leerjaar, zowel op semantisch-pragmatisch als op morfo-syntactisch vlak. Deze achterstand wordt niet groter van het 1ste naar het 2de leerjaar, maar de achterstand ten opzichte van normaal ontwikkelende kinderen wordt ook niet ingehaald.
Publication status: published
KU Leuven publication type: AMa
Appears in Collections:Speech Therapy and Audiology Teaching Methodology and Practicals
Parenting and Special Education
Research Group Experimental Oto-rhino-laryngology
Research Group Psychiatry
× corresponding author
# (joint) last author

Files in This Item:

There are no files associated with this item.

 


All items in Lirias are protected by copyright, with all rights reserved.