ITEM METADATA RECORD
Title: The rotator cuff insufficient shoulder in trauma patients
Other Titles: De rotator cuff insufficiënte schouder na trauma
Authors: Nijs, Stefaan
Issue Date: 8-Feb-2010
Abstract: Pijn en functieverlies in de schouder behoren tot de meest frequente mus culo-skeletale redenen om een arts te raadplegen. In tegenstelling tot b ij vele andere gewrichten, ligt de oorzaak voor deze problemen in de eer ste plaats bij de weke delen. Bij heel veel patiënten situeert de weke d elen pathologie zich in de rotator cuff; dit is het geheel samengesteld uit het kapsel, de ligamenten en de pezen rond de schouder. In de meeste anatomische tekstboeken wordt het beschreven als bestaande uit het kaps el, de ligamenten, een continue structuur die is samengesteld uit de pez en van de teres minor, infraspinatus en supraspinatus spier, die g escheiden zijn van de pees van de subscapularis spier door een interval waarin de lange pees van de biceps brachii verloopt. Het falen van de rotator cuff kan worden gedefinieerd als “een aandoenin g waarbij een verstoren van de functie de rotator cuff belet zijn normal e fysiologische rol te vervullen”. Deze normale fysiologische rol is dri eledig: initiëren van de bewegingen van de schouder, centraliseren van d e humeruskop op het glenoid en bijdragen aan de kracht van de schouderbe wegingen. Als we deze definitie aanhouden kan het falen van de rotator cuff vele o orzaken hebben. In een op trauma gerichte praktijk zijn de twee meest vo orkomende oorzaken van rotator cuff falen: scheuren die ontstaan na een (mineur) trauma en frakturen van de proximale humerus. Bij de meeste fra kturen is het falen tijdelijk, tot de tuberkula helen in hun anatomische positie. Indien echter moet worden overgegaan tot het plaatsen van een fraktuur-prothese, wordt het falen vaak permanent, aangezien anatomische tuberkelheling dan moeilijk te realiseren is. In het eerste deel van dit manuscript richten we ons op de rotator cuff scheur. Er bestaan verscheidene theorieën over het ontstaan van cuff sch euren. We zetten de pro’s en contra’s van de verschillende theorieën op een rijtje. De mechanische theorieën baseren zich op de relatie tussen m orfologische parameters (voornamelijk van het acromion) en het al dan ni et aanwezig zijn van rotator cuff scheuren. Deze theorieën kunnen echter moeilijk verklaren waarom de meeste partiële dikte scheuren ontstaan aa n de gewrichtszijde van de pees. De biologische theorieën verklaren het ontstaan van scheuren vanuit degeneratieve processen. De meesten leggen de oorzaak van de degeneratie bij hypovascularisatie. Bij partiële dikte scheuren wordt er echter meestal een hypervascularisatie vastgesteld. Bij onze eigen patiënten konden we een leeftijds- en geslachtsonafhankel ijke relatie vaststellen tussen de aanwezigheid van een type III acromio n (volgens Bigliani) en de aanwezigheid van een rotator cuff scheur. De immunohistologische analyse van gescheurde supraspinatuspezen tonen aan dat de extracellulaire matrix tekenen vertoont van fibrocartilagineuze d egeneratie met de expressie van matrixmoleculen die typisch bij compress ie gezien worden. Zo ontstaan er eilandjes van fibrocartilagineus weefse l in de pees. Bij trekbelasting op de pees veroorzaakt het verschil in e lasticiteit, scheurtjes in het peesweefsel. Dat deze scheurtjes op termi jn evolueren naar partiële en volledige dikte scheuren, werd reeds voord ien aangetoond in biomechanische testen en “finite element analyses”. Aangezien degeneratie een belangrijke rol speelt in het ontstaan van cuf f scheuren, is het logisch dat men probeert de helingskansen te verbeter en door de biologische omgeving te optimaliseren. Op de markt zijn er en kele biologisch actieve patches waarvan aangetoond is dat ze een mechani sche bescherming kunnen geven en waarvan de gunstige biologische invloed in dierexperimenteel onderzoek werd aangetoond. In een dubbelblind, ger andomiseerd, prospectief onderzoek konden we echter geen voordeel voor o nze patiënten aantonen in vergelijking met een klassiek herstel. In het tweede deel richten we onze aandacht op de proximale humerusfrakt uur. We bekijken wat de mogelijkheden zijn van hoekstabiele fixatiemetho den. De endomedullaire nageling geeft goede resultaten bij A- en B-type fracturen. Echter, de veiligheid van de procedure en de resultaten die w e bekomen zijn onder andere gerelateerd aan het type nagel en daar zijn zeker nog mogelijkheden tot optimalisering. Hoekstabiele platen resulter en ook in geval van C-type fracturen vaak in goede resultaten. Als er al snog een avasculaire necrose optreedt, dan kan er bij de patiënt met ana tomisch geheelde tuberkels nog steeds een goed functioneel resultaat ber eikt worden na secundaire prothesechirurgie. Gebaseerd op de resultaten van 384 proximale humerusfrakturen die we met hoekstabiele implantaten b ehandelden, ontwikkelden we een scoringssysteem dat toelaat het al dan n iet falen van de osteosynthese te voorspellen. Indien een falen voorzien wordt, dan dient een primaire prothese ernstig overwogen te worden. Om een duidelijker inzicht te krijgen in de functionele verwachtingen na primaire fraktuur prothesechirurgie, verrichtten we een systematische r eview en een multicenter analyse van de resultaten bereikt met de Articu la fraktuur prothese. We tonen aan dat de functionele resultaten in rela tie staan met de leeftijd, met het geslacht en met het al dan niet anato misch helen van de tuberkula. Maar anatomische tuberkelheling wordt slec hts in 40-50% van alle gevallen bereikt. Aangezien het zo moeilijk is anatomische tuberkelheling te verkrijgen, e valueerden we de mogelijkheid acute frakturen te behandelen met een reve rsed design prothese. In tegenstelling tot sommige in de literatuur besc hreven series (maar wij voerden geen refixatie van de tuberkula uit), no teerden we een lagere (maar statistisch niet significant verschillende) Constant score (functie) en een hoger aantal complicaties in de reversed groep. Daarom richtten we onze aandacht weer op het verbeteren van de tuberkelh eling. Door de combinatie van een beter aangepaste anatomische vorm van het metafysaire prothesedeel, een ruw oppervlak en een stabiele kabelost eosynthese, verkregen we significant betere tuberkelheling en functie. H ierbij blijkt de kabelosteosynthese de meest belangrijke factor te zijn. We beschrijven eveneens de (in onze opinie) optimale operatietechniek en de resultaten die we hiermee bereiken.
Publication status: published
KU Leuven publication type: TH
Appears in Collections:Traumatology Section (-)
Facility for Surgery and Anaesthesiology

Files in This Item:
File Status SizeFormat
Thesis na proef1.pdf Published 107579KbAdobe PDFView/Open Request a copy

These files are only available to some KU Leuven Association staff members

 




All items in Lirias are protected by copyright, with all rights reserved.