ITEM METADATA RECORD
Title: How the research method affects cultivation outcomes
Authors: Dossche, Dorien; S0033653
Issue Date: 21-Jan-2010
Abstract: Samenvatting Miljoenen Westerlingen kijken dagelijks televisie – dikwijls gaat het ov er meerdere uren per dag (e.g. Signorielli, 1993)- en houden dit ook ged urende een lange tijd vol. De vraag is dan ook welke invloed zo’n langdu rige blootstelling aan het vertekend wereldbeeld in televisieprogramma’s heeft op het reële wereldbeeld bij de kijkers. De cultivatie hypothese stelt dat bij langdurige blootstelling het wereldbeeld van de kijkers gr adueel gewijzigd wordt in de richting van het wereldbeeld dat getoond wo rdt op tv. ‘Wereldbeeld’ wordt doorgaans gemeten met twee types maten: e erste en tweede orde maten. Eerste orde maten verwijzen naar de frequent ie van voorkomen van bepaalde feiten of kenmerken, terwijl tweede orde m aten verwijzen naar attitudes. Door de nadruk van de theorie op het lang durig karakter van de blootstelling, maken cultivatie onderzoekers gewoo nlijk gebruik van vragenlijsten (cf. Shanahan & Morgan, 1999). Bij het opstellen van deze vragenlijstonderzoeken worden vragen gesteld over hoe het kleine cultivatie effect best gevat kan worden. Sommige onderzo ekers plaatsen eveneens vraagtekens bij de validiteit van bepaalde opera tionalisaties. Om hierop te kunnen antwoorden werd eerst een random effect meta analyse gedraaid, gebaseerd op de gegevens van meer dan 30 jaar cultivatie vrag enlijst onderzoek. Deze analyse test de rol van methodologische factoren zoals de impact van het type televisie vragen; het gebruik van opdeling en van kijkers in groepen; het effect van verschillende onderwerpen; het gebruik van verschillende populaties; en de verschillen tussen eerste e n tweede orde maten. Grote verschillen in effect grootte werden gevonden voor attitude metingen (r = 0.07) en percentage schattingen (r = 0.16). Vervolgens werd een GLMM model opgezet dat het mogelijk maakt om op dire cte wijze te controleren voor individuele schattingsstijlen – tot zover gebruikt cultivatie onderzoek enkel surrogaat variabelen. Alhoewel het m odel in eerste instantie ontwikkeld werd voor vragenlijstgegevens, kan h et makkelijk uitgebreid worden naar quasi- experimentele data. Dit GLMM model, gebaseerd op meer dan 1 000 respondenten, onderzocht in hoeverre de verhoogde effect groottes voor schattingsvragen te wijten kunnen zijn aan bias. De resultaten geven aan dat individuele overschattingstendens gerelateerd is aan televisie kijken. Daarenboven werkt deze bias in dez elfde richting als het theoretische televisie effect, en kan hij nagenoe g het gehele eerste orde cultivatie effect verklaren. Dit patroon werd g erepliceerd zowel voor percentage schattingen, als voor gedwongen keuze mogelijkheid met twee antwoord categorieën. Bijgevolg blijken eerste ord e variabelen weinig valide vragenlijstmetingen voor cultivatie. De tradi tioneel gebruikte variabelen ter controle van mogelijke bias, “Need for Cognition” (NFC) en gemiddelde examenscores, elimineerden maximaal 10&nb sp;% van de bias uit de cultivatie effecten. Aangezien ruwweg 50 % van de cultivatie vragenlijsten werkt met eerste orde metingen, is dit r esultaat relevant voor verder onderzoek. Deze bevindingen illustrer en een nadeel van een onderzoekstraditie gebaseerd op vragenlijstonderzo ek; namelijk onzekerheid met betrekking tot causaliteit. Bovendien kunne n vragenlijstgegevens dikwijls weinig uitsluitsel geven over de dynamiek die bij het televisie kijken leidt tot -sterkere – beïnvloedingseffecte n. Dus werd een random effect meta analyse uitgevoerd om te testen op relev ante factoren bij priming met narratieve televisieprogramma’s. Hiervoor werden enkel experimentele studies met een controle conditie en toewijzi ng op toevalsbasis opgenomen. De testresultaten tonen een significant ef fect van herhaalde aanbiedingen. De duur van kijken binnen één aanb ieding lijkt minder belangrijk. Het onderwerp daarentegen is zeer belang rijk, met gevoelig lagere effecten voor experimenten die werken met prim ing van sexuele rol. Televisie effecten zijn telkens hoger bij een stude ntenpopulatie dan bij een volwassen populatie – wat zowel uit de survey meta analyse als uit de experimenten meta analyse blijkt.
Publication status: published
KU Leuven publication type: TH
Appears in Collections:Leuven School for Mass Communication Research

Files in This Item:
File Status SizeFormat
PHD.Dossche.dorien.200912.pdf Published 1360KbAdobe PDFView/Open Request a copy

These files are only available to some KU Leuven Association staff members

 




All items in Lirias are protected by copyright, with all rights reserved.