ITEM METADATA RECORD
Title: Characteristics of human orientation and frequency selective channels investigated psychophysically
Authors: Zaenen, Peter
Issue Date: 25-Sep-2009
Abstract: Eén van de uiteindelijke doelen van visuele perceptie is het herkennen v an complexe objecten in de buitenwereld en het bepalen van de plaats van die objecten. Voor zo een herkenningsfase, echter, moet de visuele info rmatie gecodeerd en geanalyseerd worden in vroegere stadia (met als eers te stadium de retina). Het is algemeen aanvaard dat de vroege niveaus va n het menselijke visueel systeem ‘analysemechanismen’ of ‘kanalen’ bevat ten die zowel gevoelig zijn voor contrast als voor redelijk simpele spat iale eigenschappen zoals frequentie en oriëntatie. Die kanalen reageren het sterkst op een bepaalde doeloriëntatie, maar hun respons is breed ge -tuned zodat ook stimulus oriëntaties die verschillen van de doelo riëntatie het kanaal in zekere mate zullen activeren. Om kanaaleigenscha ppen te onderzoeken, hebben onderzoekers vaak gebruik gemaakt van bijvoo rbeeld maskeringtechnieken. In een groot deel van deze thesis wordt een andere methode gebruikt, namelijk een ‘reverse correlation’ (RC) methode . In zo een RC methode wordt achtergrond ruis toegevoegd aan de doelstimul i. De variabiliteit zal, per proefbeurt, gedeeltelijk het antwoord van d e proefpersoon bepalen. Door de antwoorden van de proefpersoon te ‘corre leren’ met de eigenschappen van de achtergrondruis, kan men bepalen welk e eigenschappen in die ruis de visuele analyse van de specifieke doelsti muli bepalen. In principe kan, hoewel beperkt door het luminantie bereik van een monitor, de achtergrondruis iedere stimulus dimensie bevatten ( vb., witte luminantie ruis). In deze thesis echter, is er maar een deel van alle mogelijke stimulus dimensies gebruikt. De achtergrond bevatte o fwel een deelverzameling van alle mogelijke oriëntaties, ofwel een deelv erzameling van alle mogelijke frequenties. Het contrast van de oriëntati es of frequenties werd random gevarieerd. De RC methode gebruikt in de t hesis, wordt uitgelegd in Hoofdstuk 1 (oriëntaties) en Hoofdstuk 2 (freq uenties). In de Hoofdstukken 3 tot 7 worden er toepassingen van de RC me thode gegeven. In Hoofdstuk 3 tot 6 betrof de spatiale dimensie oriëntat ie, en in Hoofdstuk 7 betrof het frequentie. In de meeste hoofdstukken v an deze thesis waren de stimuli erg simpel, ze bevatten bijvoorbeeld maa r enkele oriëntatie of frequentie, maar in Hoofdstuk 6 en 7 bevatten de doelstimuli twee oriëntaties, en waren ze dus iets complexer. Zoals gezegd zijn psychofysische kanalen contrastgevoelig, en er is ook evidentie dat, tenminste over het hele contrastbereik, de kanaal respons en zich niet-lineair gedragen. In Hoofdstuk 8 wordt aangetoond dat net d oor die niet-lineariteiten de zichtbaarheid van een stimulus kan verbete ren als er zwakke ruis wordt aan toegevoegd. In Hoofdstuk 9 worden mogel ijke voordelen van niet-lineariteiten besproken. De visuele analyse van contrast is belangrijk, en verschillende kanaaleigenschappen kunnen afge leid worden door het gebruik van psychofysische contrast detectie/discri minatie taken. Langs de andere kant, kan men aannemen dat de analyse van de buitenwereld door kanalen, niet beperkt is tot enkel een analyse van contrast. Kanalen zijn inderdaad ook gevoelig voor oriëntatie, en het k an dus verondersteld worden dat zulke kanalen de visuele verwerking van, bijvoorbeeld, oriëntatieverschillen tussen stimuli beïnvloeden. Om die redenen, werd er in Hoofdstukken 3, 6, en 10 gekeken naar de discriminat ie van oriëntatieverschillen tussen stimuli, op basis van kanaalverwerki ng. Over het algemeen, suggereren de resultaten van de experimenten in deze thesis, dat er verschillende aspecten van kanalen niet-lineair zijn, hoe wel lokaal wel lineaire mechanismen verondersteld kunnen worden, d.w.z., als stimulus contrast min of meer constant is. Bijvoorbeeld, inhibitie, of suppressie, lijkt een veel voorkomende eigenschap van kanaal respons en. Dat is geen nieuwe observatie, maar hier was die gemeten met ruistoe voeging, en een nieuwe RC methode. Hoewel onze resultaten dus grotendeel s consistent zijn met sommige van de meer algemene opvattingen op het ge bied van de vroege stadia van perceptie, geloof ik toch dat de resultate n een nieuw licht werpen op sommige specifieke aannames over het verwerk en van simpele stimuli. Voorts lijken er redelijk eenvoudige relaties te bestaan tussen het verwerken van simpele stimuli en het verwerken van c omplexere stimuli.
Publication status: published
KU Leuven publication type: TH
Appears in Collections:Laboratory for Experimental Psychology

Files in This Item:

There are no files associated with this item.

Request a copy

 




All items in Lirias are protected by copyright, with all rights reserved.