ITEM METADATA RECORD
Title: Mimese, geweld en differentie. Een antropologische lectuur van de Oud-Griekse en joods-christelijke logos. Met een epiloog over de mètis.
Other Titles: Mimesis, Violence and Difference. An Anthropological Reading of the Ancient Greek and Judaic-Christian logos. With an epilogue on the mètis.
Authors: Van Coillie, Geert
Issue Date: 14-Jan-2005
Table of Contents: Woord vooraf
Inhoudsopgave
Leeswijzer
1 Woord voor woord. PATHO-ETHO-LOGIE
1.1 Exordium: ethos, pathos, logos
1.1.1 Oorsprong en begin
1.1.2 Heidegger: de 'patho-logie' van het begin
1.1.2.1 Levinas: ethiek als oorsprong
1.1.2.2 Levinas: 'patho-etho-logie'
1.1.2.3 Heidegger: het pathos van Antigone
1.1.2.4 Vooruitblik: Antigone's ethos tussen pathos en logos
1.1.3 Aristoteles: het belang van een goed begin
1.2 Voorbij het begin
1.2.1 Plato: het pathos van de verwondering en de list van de logos
1.2.2 Plato: de egologie van de filosoof
1.2.2.1 Het passende (prepon) als ternaire stijlkwaliteit
1.2.2.2 Retorische categorieën en codes: speling tussen pathos en logos
1.2.2.3 De ironie van de logos: het buitenspel van het ethos
1.2.3 De onbevlekte ontvangenis van de Griekse Logos
1.2.3.1 Van mythos naar logos
1.2.3.2 De oppositie tussen mythe en logos onder kritiek
1.2.4 De relativiteit van het absolute begin
1.2.4.1 Parmenides: de impliciete pragmatiek van de logos
1.2.4.2 De rhetorische Differenz
1.2.5 De tijd, de taal en de ander in de trias rhetorica
1.3 Een absoluut nieuw begin: de 'patho/logie' van het Cogito
1.3.1 Descartes: het monopolie van de binaire ratio
1.3.1.1 De wereld is een boek
1.3.1.2 Objectiviteit en subjectie
1.3.2 De reductie van de logos: narratio, oratio, ratio
1.3.2.1 De vanzelfsprekendheid van de taal: logofobie
1.3.2.2 Niet meer dan een verhaal
1.3.3 De sciencefiction van het Cogito
1.3.3.1 De werkelijkheid: het rijk der mogelijkheden
1.3.3.2 Technologos: kennen is kunnen
1.3.3.3 Onderricht als toegepaste theorie
1.4 Retoriek en filosofie
1.4.1 Deconstructie en de ethiek van het lezen
1.4.1.1 Pythagoras: tijd, adem en leegte als kosmisch supplement
1.4.1.2 Recontextualisatie: ontsluiting van de context-zonder-grens
1.4.1.3 La lecture libère la pensée
1.4.1.4 Logologie
1.4.2 Exordium: het woord nemen
1.4.2.1 Captatio benevolentiae: patho-etho-logie
1.4.2.2 Taalgeweld: aporie en uitweg
2 Paradigma en paradox. DE ANTHROPOLOGIE FONDAMENTALE VAN RENÉ GIRARD
2.1 Een neoklassiek rationaliteitsmodel
2.1.1 Antropologie en anarchie
2.1.1.1 Hypothese en engagement
2.1.1.2 Het denken dramatiseren
2.1.2 Het wetenschappelijk ethos: waakzaamheid en geduld
2.1.2.1 Kritiek en communicatie
2.1.2.2 Intuïtie en abductie
2.2 Deconstructie en reconstructie: Derrida en Girard (I)
2.2.1 Feit, fictie, interpretatie
2.2.2 Taaldenken
2.2.2.1 Nar/ratio: ver-tellen
2.2.2.2 Taal: etymon en antropologie
2.2.2.3 Heraclitus: de logos als religieuze ratio
2.2.3 Destructie (pathos), deconstructie (ethos), reconstructie (logos)
2.2.4 Niet-in-differentie: afstand en nabijheid
2.2.4.1 Het verblijf (èthos) van het denken
2.2.4.2 Uithouding en uitstel: de listige reserve van de rede
2.3 Differentie en referentie: Derrida en Girard (II)
2.3.1 Schriftuur en lectuur: transgressie van de filosofische logos
2.3.2 Denkstijlfiguren: metafoor en metonymie
2.3.2.1 Betekenisfiguren
2.3.2.2 Van tropologische reductie naar antropologische abductie
2.3.2.3 Vico: het scherpe en het subtiele betoog
2.3.2.4 Het onnoembare verwoorden
2.3.3 Niet-differentialistisch differentiedenken
2.3.3.1 Naamgeving en neologie
2.3.3.2 In naam van het slachtoffer
2.3.4 De literaire weergave van de werkelijkheid: Athene en Jeruzalem
2.3.4.1 Homerus: homologie en aanschouwelijkheid (nar/ratio)
2.3.4.2 De bijbelse epiek: heteronomie en drama (oratio)
2.4 Realiteit en representatie: Girard en de structurele antropologie
2.4.1 De mimetische meta-etnologie: wetenschap van de mens
2.4.1.1 Morfogenese: oorsprong en structuur
2.4.1.2 Cognitief nihilisme: taalterreur en derealisatie
2.4.1.3 'Patho/logie': coupure anthropologique
2.4.2 Differentie en antropoët(h)iek
2.4.2.1 Foucault: de mens als empirisch-transcendentaal dubbelwezen
2.4.2.2 Het einde van de filosofie: de mogelijkheid van zuiver onderzoek
2.4.2.3 Lectuur en interpretatie: mediatie tussen realiteit en representatie
2.4.3 De oorspronkelijke Differentie: denken als discriminatie
2.4.3.1 De paradoxale logica van het verschil
2.4.3.2 Bruegel, De val van Icarus: afscheid van de dingen
2.4.3.3 Het obstakel en de onbereikbare objectiviteit
2.4.3.4 Velázquez, Las Meninas: de transparantie van de voorstelling
2.4.3.5 Redeconstructie van de interdividuele dualiteit
2.4.4 Het slachtoffermechanisme: matrix van differentieel denken
2.4.4.1 De oorsprong van de ratio: differantie van religie en ritueel
2.4.4.2 Desacralisatie en structuralisme: de universaliteit van de logos
2.4.4.3 De transformationeel-generatieve mechanica van het geweld
2.4.4.4 De buitentalige referent: representatie en misverstaan
2.5 De verlettering van de geest: de litterae in de menswetenschap
2.5.1 Literatuur (narratio) als vindplaats van waarheid
2.5.1.1 Het slachtoffer als transcendentale betekenaar: thema en illusie
2.5.1.2 Mythos versus logos: de obliteratie van de vraag naar de mens
2.5.2 Een dialectisch-topisch paradigma: patho-etho-logie
2.5.2.1 Girard en Levinas: antropoëthische complementariteit
2.5.2.2 Specialisering en depersonalisatie
2.5.2.3 Plato en Aristoteles: dialectiek als wetenschap en dispuut
2.5.2.4 Aristoteles: de universele cultuur van het woord (paideia)
2.5.2.5 Dialectiek en communicatie (oratio)
2.5.2.6 Topica en ars inveniendi
2.5.2.7 De locus communis van het denken
2.5.3 De romaneske revelatie: aan gene zijde van de dood
2.5.3.1 De getuigenis: singulariteit en waarheid
2.5.3.2 Herinnering, bekering en bevrijding: patho-etho-logie
2.5.3.3 Het goede lezen: mimese, initiatie en dialoog
2.6 De vergeestelijking van de letter
2.6.1 De ethiek van het lezen
2.6.1.1 Taal – lectuur – cultuur: de drieweg van de logos
2.6.1.2 De tweesprong: taal – cultuur
2.6.1.3 Pedagogie en retoriek: pathos – ethos – logos
2.6.1.4 De derde weg: lectuur
2.6.2 Ethiek en trans-de-scendentie: proeve van lectuur (Lc 10,25-37)
2.7 De maskerade van de mimese
2.7.1 De oorspronkelijke driehoek
2.7.1.1 De begeerte overeenkomstig de Ander
2.7.1.2 Mimetische rivaliteit en patho/logie
2.7.1.3 De ontologische ziekte
2.7.1.4 Mimese en miskenning: list en zelfbedrog
2.7.1.5 Moderniteit of de universele interne bemiddeling
2.7.1.6 Afgeleide transcendentie en zelfverlies
2.7.2 De mimetische spiraal
2.7.2.1 Metafysische aliënatie
2.7.2.2 Liefde en haat in tijden van eenzaamheid
2.7.2.3 De crisis van Degree
2.7.2.4 De universele tegenstelling van Hetzelfde tot Hetzelfde
2.7.2.5 Het ondergrondse huwelijk van Eros en Thanatos
2.7.2.6 De dialectiek van de negatie: filosofie als romantische leugen
2.7.3 De Logos van het geweld – de Logos van de liefde
2.7.3.1 Redeconstructief denken: de identiteit met de Ander
2.7.3.2 Het grafeem en het lege graf: transgressie en trans-de-scendentie
2.7.3.3 De niet-sacrificiële Logos: het onschuldige slachtoffer
2.7.3.4 Liefde en geweld: de paradox van de 'niet-in-differentie'
2.7.4 Narcissus en Oedipus: psychoanalytische mythologie
2.7.4.1 Spaltung en patho/logie
2.7.4.2 Het Oedipuscomplex: ik verdring, dus ik ben
2.7.4.3 De val van de vader
2.7.4.4 De boom van het leven: Freud en de Bijbel
2.7.5 Oorsprong en herhaling
2.7.5.1 De Ander als oorsprong
2.7.5.2 De herontdekking van de zondebok
2.7.5.3 De techniek van de zondebok
2.7.5.4 Het zondebokmechanisme en de logica van het supplement
3 De viersprong van de logos. NARRATIO, ORATIO, RATIO – EVANGELIE
3.1 Niet een, niet twee
3.1.1 De drie pijlers van de wereld
3.1.2 De mysteries van de drievuldigheid
3.1.2.1 De trias grammatica: 'ik-jij/hij (het)'
3.1.2.2 De pragmatische driehoek
3.1.2.3 Van drie naar twee: Augustinus, Thomas, Descartes, Hegel, Nietzsche
3.1.3 De theorie der drie functies
3.1.3.1 Van twee terug naar drie: crisis en opgave van de filosofie
3.1.3.2 De tripartiete ideologie van de Indo-Europeanen
3.1.4 De triade van de genera causarum
3.1.4.1 Antropologie en retorische techniek
3.1.4.2 Van offer naar rechtspraak
3.1.4.3 De offercrisis: Heraclitus en Empedocles
3.1.4.4 Moord en wedervergelding in Athene: Antiphon
3.1.4.5 De Rundermoord
3.1.4.6 Het Salomonsoordeel
3.2 De drieweg van de literaire genres
3.2.1 Antropologie van de literaire genres
3.2.1.1 Van metafoor naar werkelijkheid: literatuur en transgressiviteit
3.2.1.2 De literaire genres: politiek, poëtiek, retoriek, esthetiek en metafysiek
3.2.1.3 Antropo-ethiek van de literaire genres
3.2.1.3.1 Tussen mythe en evangelie
3.2.1.3.2 Van ritueel naar 'poli-tiek': tragedie
3.2.1.3.3 De 'economische' wereld: roman
3.2.2 Homerische kwesties
3.2.2.1 Verhaal – drama – denken: metaforiek van de 'stem'
3.2.2.1.1 Mythe en epos (narratio): de goddelijke stem
3.2.2.1.2 Tragedie/retoriek (oratio): meerstemmigheid
3.2.2.1.3 Filosofie (ratio): eenstemmigheid
3.2.2.2 De efficiënte woorddaad
3.2.2.2.1 De zondebok: educatie en agogie
3.2.2.2.2 Waarheidsspreken in de mythisch-rituele tijdruimte
3.2.2.3 De Muze leert schrijven: zanger wordt dichter
3.2.2.3.1 De homerische encyclopedie
3.2.2.3.2 De orde van de lier
3.2.2.3.3 Achilles (pathos) en Odysseus (èthos)
3.2.2.4 Homerus' wedstrijd
3.2.2.4.1 Dionysische wellust en wreedheid
3.2.2.4.2 De 'geweldige' mimetische rivaliteit
3.2.2.4.3 De aloude weg der boosdoeners
3.2.2.5 De Ilias: epos van het geweld
3.2.2.5.1 De verstening van de ziel
3.2.2.5.2 De eenvormigheid van het geweld
3.2.2.5.3 Het Griekse genie
3.2.2.6 Autarkie en rivaliteit totterdood
3.2.2.6.1 De illusie van het verschil
3.2.2.6.2 Van concurrentie naar contemplatie
3.2.2.6.3 God en noodlot: alibi van het geweld
3.2.2.6.4 Hades en Dionysus zijn dezelfde
3.2.2.6.5 De ideologie van de schone dood
3.2.2.7 Mimese, geweld en differentie
3.2.2.7.1 Pest, twist, wrok
3.2.2.7.2 Het raadsbesluit van Zeus
3.2.2.7.3 De inzet van de strijd
3.2.2.7.4 Alles of niets
3.2.2.7.5 Het kudos
3.2.3 De tragische scène
3.2.3.1 Oedipus en de zondebok
3.2.3.1.1 Van Achilles naar Oedipus
3.2.3.1.2 Pest, vadermoord, incest
3.2.3.1.3 De jacht op de zondebok
3.2.3.1.4 De twee gezichten van het kwaad
3.2.3.1.5 Eén en velen
3.2.3.1.6 Vijandige broers
3.2.3.1.7 Het orakel: le discours de l'Autre
3.2.3.1.8 Het pathos als schouwspel
3.2.3.2 Antigone: praefiguratio Christi
3.2.3.2.1 De ingehouden hybris van de dichter
3.2.3.2.2 Het menselijk tekort als teveel
3.2.3.2.3 Geboren om liefde te delen
3.2.4 Filosofie: het drama denken
3.2.4.1 Het denken dramatiseren
3.2.4.1.1 De Ander als het ongedachte
3.2.4.1.2 De zondebok als het ondenkbare
3.2.4.2 Van Ascra naar Milete: Hesiodus
3.2.4.2.1 Waarheid en leugen
3.2.4.2.2 Waarheid en rechtvaardigheid
3.2.4.2.3 Rechtvaardigheid en ritueel
3.2.4.2.4 Het oergeweld bedwongen met list en geweld
3.2.4.2.5 De uitwissing van het geweld
3.2.4.3 De stelling van Anaximander
3.2.4.3.1 Geopolitiek denken
3.2.4.3.2 Gerechtigheid en geweld
3.2.4.4 Plato in mimetologisch perspectief
3.2.4.4.1 De vermoorde filosoof en de Gekruisigde
3.2.4.4.2 Mimese en degeneratie
3.2.4.4.3 Witte ethologie
3.2.4.4.4 Logomachie en kosmische lyriek
3.2.4.4.5 De mens als marionet van de goden
4 Woord na woord. VAN GEWELD EN LIST NAAR ETHISCHE WEERBAARHEID
4.1 Mimesis en mètis
4.1.1 De eenheid van de menselijke religie
4.1.1.1 De illusie van het verschil
4.1.1.2 Het alibi van de mens
4.1.1.3 De 'list' van de volmaakte zondebok
4.1.1.4 Geweld en genade
4.1.2 Geweld en mètis bij goden, dieren en mensen
4.1.2.1 Etymologie en misleiding
4.1.2.2 Religie, noodzaak en list
4.1.2.3 Van thema naar anathema
4.1.2.4 Het juiste moment
4.1.2.5 Schijn bedriegt
4.1.2.6 Binden en losknopen
4.2 Mètis en ethos
4.2.1 Patho-etho-logie en mètis
4.2.1.1 Ritueel en ethiek
4.2.1.2 Van Hesiodus naar Aristoteles
4.2.1.2.1 Vaste waarheid en beweeglijk bedrog (Hesiodus)
4.2.1.2.2 De verstandige mens (Aristoteles)
4.2.1.3 Johannes Chrysostomus: rechtvaardig bedrog
4.2.2 Mimese, mètis en ethische weerbaarheid
4.2.2.1 Odysseus of het avontuur van de mens
4.2.2.1.1 Initiatie en identiteit
4.2.2.1.2 De band tussen vaders en zonen
4.2.2.2 Abraham en het drama van vader en zoon
4.2.2.2.1 De Schrift lezen
4.2.2.2.2 Roeping en naamsverandering
4.2.2.2.3 Lier, délier, allier
4.2.2.3 Jakob van aangezicht tot aangezicht met de Ander
4.2.2.3.1 Uitverkiezing en plaatsvervanging
4.2.2.3.2 Woede en weerbaarheid
4.2.2.3.3 Van weerbaarheid naar wederzijdse erkenning
Bijlage
TERNAIRE SEQUENSEN (PROLOOG)
LIJST MET FIGUREN
Bibliografie
1 Werkinstrumenten
2 Tekstuitgaven, vertalingen en commentaren
2.1 Oudheid, middeleeuwen en humanisme
2.2 Moderne en hedendaagse tijd
3 Werken van en over René Girard
4 Geraadpleegde studies
Publication status: published
KU Leuven publication type: TH
Appears in Collections:De Wulf-Mansion Centre for Ancient, Medieval and Renaissance Philosophy
Specific Teacher Training Programme in Social Studies and Philosophy
Centre for Metaphysics and Philosophy of Culture
Institute of Philosophy - miscellaneous
Teacher Training, Institute of Philosophy

Files in This Item:

There are no files associated with this item.

 


All items in Lirias are protected by copyright, with all rights reserved.