ITEM METADATA RECORD
Title: L'alternance indicatif/subjonctif dans les langues romanes. Motivation sémantico-pragmatique et grammaticalisation
Other Titles: L'alternance indicatif/subjonctif dans les langues romanes. Motivation sémantico-pragmatique et grammaticalisation
Authors: Loengarov, Alexander; M9500166
Issue Date: 21-Mar-2006
Abstract: Het gebruik van de indicatief en de conjunctief in de Romaanse talen verschilt van taal tot taal. Deze studie wenst de verschillen in kaart te brengen zoals ze bestaan in het hedendaags taalg ebruik. Ze poogt ook te antwoorden op de vraag welke mechanismen v erantwoordelijk zijn voor deze verschillen. Het eerste deel van het proefschrift is theoretisch v an aard en bestaat uit drie hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk is gewijd aan de keuze van de Romaanse talen (Frans, Italiaans, Spaans, Roe meens) en aan het afbakenen van de paradigma’s en van de te onderzoeken constructies (direct-objectszinnen na de werkwoorden croire, pe nser, vouloir, exiger, souhaiter, dire, ré véler, admettre, en hun tegenhangers in de andere talen). Vervolgens onderzoekt het tweede hoofdstuk op welke manier het afgebake nde onderwerp onderzocht is in de bestaande literatuur: het blijkt dat v erschillende beschrijvende en verklarende principes naar voor geschoven zijn m.b.t. de individuele talen, maar dat het onderwerp zelden vanuit e en taalvergelijkend perspectief bestudeerd is. Bovendien zijn de m eeste bestaande studies gebaseerd op taalmateriaal dat door de taalkundi ge zelf en/of door moedertaalsprekers geconstrueerd is. Mede daaro m zal in het empirisch deel van dit proefschrift een beroep gedaan worde n op gekwantificeerd authentiek taalmateriaal. Eerst formuleert he t derde hoofdstuk echter een aantal hypotheses i.v.m. het gebruik van in dicatief en conjunctief: de reeds in de literatuur vermelde principes wo rden in verband gebracht met meer algemene talige tendensen. In he t bijzonder wordt er verwezen naar de taalpolyfonietheorie en de studies m.b.t. grammaticalisering. De eerste verklaart het semantisch en/ of pragmatisch gemotiveerd gebruik van indicatief en conjunctief (Bob ne croit pas que son discours est (Ind) / soit (Sbjv) effic ace), terwijl de tweede toegepast kunnen worden op de gevallen waarin het modusgebruik eerder beperkt en geconventionaliseerd is (vb. na werk woorden die een vorm van hoop uitdrukken). Hoofdstuk 3 vermeldt oo k de taalexterne factoren die het gebruik van indicatief en conjunctief kunnen beïnvloeden. Om de hypotheses te toetsen aan empirische gegevens, stelt het tweede deel van het proefschrift de vraag naar het te gebruike n taalmateriaal. Hoofdstuk 4 vergelijkt in dat verband vier types gegevensbronnen, nl. beschrijvende grammatica’s, valentiewoordenboeken, elektronische corpora en Usenet-discussiegroepen. Uit die ve rgelijking blijkt dat de discussiegroepen het meest geschikt zijn voor h et in het theoretisch deel geschetste onderzoek, vooral wegens hun spont aan en hedendaags karakter, hun beschikbaarheid en de ruime context die ze bieden. Om echter over een homogeen en voldoende representatief corpus te beschikken, is het nodig om in de bekomen gegevens te schifte n – de principes hiervoor worden uiteengezet in Hoofdstuk 5. In het empirische deel, ten slotte, worden de n aar voor geschoven hypotheses geconfronteerd met de verzamelde gegevens. Deze laten zowel een tendens tot semantisch-pragmatische motivati e als een ‘gegrammaticaliseerd’ modusgebruik zien. Over het algeme en doet het Spaans het vaakst een beroep op de indicatief/conjunctief-al ternantie, terwijl het Frans het het minst doet en het Italiaans een tus senpositie inneemt. De gegevens bevestigen dus het zogenaamde cont inuüm van de Romaanse talen. Aan de andere kant blijkt het indicat ief/conjunctief-gebruik niet alleen af te hangen van de taal, maar ook v an de betekenis van het hoofdwerkwoord: talen kunnen door een meer of mi nder gemotiveerd modusgebruik gekenmerkt worden, maar enkel binnen de mo gelijkheden die de betekenis van het hoofdwerkwoord biedt. Een ten dens die in zekere mate lijkt samen te gaan met de grammaticalisering va n de indicatief/conjunctief-alternantie is het gebruik van modale hulpwe rkwoorden (devoir, pouvoir en hun tegenhangers) in de direct-objec tszin. Deze werkwoorden, die een deel van de betekenis van het hoo fdwerkwoord hernemen, tonen goed aan dat de spreker de noodzaak aanvoelt om een modaal element in de direct-objectszin te plaatsen. Werkwo ordsmodus en modale werkwoorden zijn dus inderdaad taalelementen die de positie van de spreker m.b.t. zijn boodschap uitdrukken. De conclusie vat de belangrijkste resultaten samen en suggereert ideeën voor verder onderzoek.
Publication status: published
KU Leuven publication type: TH
Appears in Collections:Comparative, Historical and Applied Linguistics, Leuven

Files in This Item:

There are no files associated with this item.

Request a copy

 




All items in Lirias are protected by copyright, with all rights reserved.