ITEM METADATA RECORD
Title: Morbidity research in primary care, using semi-automatic data collection from electronic medical records in general practices in Flanders
Other Titles: Morbiditeitsonderzoek in de huisartsgeneeskunde, op basis van semi-automatische verzameling van gegevens uit elektronische medische dossiers van huisartspraktijken in Vlaanderen
Authors: Bartholomeeusen, Stephaan
Issue Date: 5-Nov-2008
Abstract: De bedoeling van dit doctoraatsonderzoek is een structuur op te zetten voor de verwerking van data van het elektronisch medisch dossier van huisartsen tot epidemiologische informatie en dit op een semi-automatische wijze. Hiervoor is het noodzakelijk om een netwerk van medewerkende huisartsen samen te stellen, waarbij de data worden gekopieerd van het elektronisch medisch dossier en verder worden verwerkt in een database. De verwerking van deze data tot informatie moet een idee geven over de morbiditeit in Vlaanderen en breed beschikbaar zijn. Hoofdstuk 1De frequentie van een ziekte bepalen is niet eenvoudig, maar belangrijk voor alle betrokken partijen in de gezondheidszorg. Het EMD van de huisarts is hiervoor een goede bron van informatie, omdat hij zijn patiënten behandelt voor uiteenlopende aandoeningen en dit meestal gedurende een lange periode.In de jaren negentig van de voorbije eeuw is er een sterke informatisering geweest in de huisartspraktijken, met ontwikkeling van specifieke medische software. Dit elektronisch medisch dossier vormt een goede basis voor dataverzameling in de huisartspraktijk. Dit betreft een relatief nieuwe manier van gegevensverzameling. Verschillende netwerken voor registratie van gegevens van huisartspraktijken, werden reeds gestart in het buitenland en criteria zijn voorhanden waaraan een dergelijk netwerk dient te voldoen. In 1990 werd gestart in het Academisch Centrum voor Huisartsgeneeskunde van de K.U.Leuven met de voorbereidingen voor een dergelijk netwerk. Hoofdstuk 2In België zijn er momenteel geen registratienetwerken van huisartsen die op een continue en automatisch wijze data verwerken van huisartspraktijken voor epidemiologische informatie. De bedoeling van dit doctoraatsonderzoek is een dergelijk netwerk werkbaar te maken.Vooreerst zal een overzicht van de methodologie worden gegeven, met een nieuwe methode voor berekening van de noemer. Vervolgens wordt aan de hand van enkele specifieke onderzoeksvragen de mogelijkheden van een dergelijke databank geïllustreerd. Daarvoor wordt de trend in de incidentie van peptische ulcera en oesofagitits onderzocht, de comorbiditeit van erysipelas en de frequentie van cholesteroltesten in de huisartspraktijk. Hoofdstuk 3Na selectie op enkele algemene kwaliteitscriteria, werden de data van 55 huisartspraktijken (78 artsen) verder verwerkt in de databank. Deze bevat informatie over 182 905 verschillende patiënten in 1 213 837 patiënten jaren,1 980 674 diagnosen, 14 526 443 laboratoriumresultaten en 6 636 156 medicatie voorschriften. De populatie in de databank is vergelijkbaar met de Vlaamse bevolking wat betreft leeftijd, geslacht en belastbaar inkomen.De frequentste nieuwe diagnosen betreffen respiratoire aandoeningen met 33% van alle diagnosen in een jaar, gevolgd door het bewegingsstelsel met 18%, het maagdarmstelsel 12% en huidaandoeningen 11%. Hoofdstuk 4Omdat er in België geen vaste inschrijving is van de patiënt bij een huisarts, beschikt deze niet over een patiënten lijst. Nochtans is een praktijkpopulatie nodig om epidemiologische cijfers te berekenen. In de databank is het aantal verschillende patiënten gekend die hun huisarts consulteren gedurende een kalenderjaar, dit is de jaarlijkse contactgroep. Het Intermutualistisch Agentschap beschikt over het percentage van de bevolking die een huisarts hebben geconsulteerd gedurende een kalenderjaar, dit is de correctiefactor. Door de jaarlijkse contactgroep te delen door de correctiefactor bekomt men een geschatte praktijkpopulatie. Hoofdstuk 5In de periode 1994-2003 werd de incidentie van maag- en duodenum ulcera en oesofagitis onderzocht. Eveneens werd het gebruik van H2-antagonisten en protonpompinhibitoren onderzocht. De incidentie van patiënten met een duodenumulcus daalde tot een derde, deze met een maagulcus halveerde en deze met een oesofagitis steeg van 7.20 tot 8.73‰. In dezelfde periode bleef de proportie patiënten met inname van H2-antagonisten stabiel en verzesvoudigde de proportie die een protonpompinhibitor namen.Het is weinig waarschijnlijk dat dergelijke aanzienlijke verschillen in zulke korte periode, het gevolg zijn van biologische veranderingen. Waarschijnlijk zijn ze het gevolg van wijzigingen in omgevingsfactoren. Hoofdstuk 6In deze studie werd de incidentie en comorbiditeit van erysipelas onderzocht in de eerste lijn. In de periode 1994-2004 steeg de incidentie van erysipelas van 1.88 tot 2.49 per 1 000 patiënten per jaar. Eén of meer recidieven kwam voor bij 16% van de patiënten. Locale factoren zoals dermatophytosis, chronisch huidulcus, varices van de onderste ledematen en algemene aandoeningen als obesitas, niet-insuline dependente diabetes en hartinsufficiëntie, verhoogden de kans op erysipelas. Hoofdstuk 7In deze studie werd onderzocht in welke mate de huisarts is geïnformeerd over de cholesterolwaarden van zijn patiënten, één van de belangrijke cardiovasculaire risicofactoren. In de periode 1994-2003 werd bij 47 254 op139 148 verschillende patiënten het cholesterol bepaald. Van de patiënten met een cholesteroltest nam 12% een lipiden verlagende medicatie. In de periode van tien jaar stijgt de proportie patiënten met een cholesterol bepaling in alle leeftijden, maar vooral bij 65 plussers.De gemiddelde cholesterolwaarde per patiënt daalt zowel in de behandelde als niet-behandelde groep. Artsen starten lipiden verlagende medicatie reeds bij lagere cholesterolwaarden. Van de patiënten met cardiovasculaire antecedenten en behandeld met lipiden verlagende medicatie, bereikt slechts 56% een waarde ≤199mg%. Hoofdstuk 8Met deze databank is een structuur opgezet waardoor het mogelijk is om epidemiologische informatie te publiceren over morbiditeit in de eerste lijn. Hiervoor is het nodig dat de medewerkende artsen gebruik maken van een gestructureerd EMD met een thesaurus voor diagnosen. Belangrijk is dat de data van voldoende kwaliteit zijn.
Publication status: published
KU Leuven publication type: TH
Appears in Collections:Academic Center for General Practice
Faculty of Medicine - miscellaneous

Files in This Item:

There are no files associated with this item.

Request a copy

 




All items in Lirias are protected by copyright, with all rights reserved.