ITEM METADATA RECORD
Title: Shifting public sector coordination and the underlying drivers of change: a neo-institutional perspective
Other Titles: Publieke sector coördinatie en de drijfveren van verandering: een neo-institutioneel perspectief.
Authors: Beuselinck, Eva
Issue Date: 17-Nov-2008
Abstract: Coördinatie binnen de publieke sector blijft een belangrijke en moeilijke uitdaging voor vele OESO-landen, wat vaak leidt tot het gebruik van weinig flatterende beschrijvingen - zoals vaag of ongrijpbaar - om het moeizame proces van coördinatie te duiden; en dit zowel in academische middens als door praktijkmensen. De primaire doelstelling van dit doctoraat is een bijdrage te leveren tot de verduidelijking van het concept van coördinatie en van de beslissingsprocessen onderliggend aan nieuwe coördinatie-initiatieven, d.m.v. het identificeren van de beslissende factoren die de vorm en inhoud van zulke coördinatie-initiatieven bepalen. Om het empirisch kader van dit proefschrift af te bakenen, beperkt dit onderzoeksproject zich tot het aansnijden van dit thema op het niveau van de centrale overheid, meer bepaald via een vergelijkende studie die empirische gegevens van Nieuw-Zeeland, het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Frankrijk omvat.Een eerste hoofdstuk gaat van start met een contextuele verkenning van het onderzoeksonderwerp, om dit te positioneren ten opzichte van de huidige debatten in het internationale academische milieu dat zich bezighoudt met de studie van de coördinatiedynamiek binnen de overheid. Vervolgens schetsen een tweede en derde hoofdstuk het conceptueel en theoretisch kader dat het empirisch luik van dit onderzoek gestuurd heeft. Meer bepaald betreft het een discussie van het concept coördinatie en verwante begrippen, enerzijds, en de ontwikkeling van een analytisch aanpak geworteld in de traditie van neo-institutionele theorieën, anderzijds. Met betrekking tot de conceptuele afbakening, dienen de verschillende dimensies van coördinatie onderlijnd te worden, alsook het belang om de componenten van een coördinatiestrategie te onderscheiden (noden, barrières, mechanismen, instrumenten en middelen), net zoals het verband met concepten zoals specialisatie, autonomisering en wederzijds eafhankelijkheid, en de overlappingen met begrippen zoals coöperatie, samenwerking en integratie. Met betrekking tot het theoretisch kader, worden de klassieke stromingen binnen het neo-institutionalisme opgenomen in de analyse, zoals het historisch, sociologisch en ‘rational choice’ neo-institutionalisme, maar ook meer recente ontwikkelingen in dit domein, zoals de processuele of ideationele aanpak. Deze theoretische analyse resulteert in een analytisch kader om beslissingsprocessen onderliggend aan nieuwe coördinatie initiatieven te bestuderen, dat elementen verenigt die enerzijds aansluiten bij een ‘logic of consequence’ en anderzijds bij een ‘logic of appropriateness’. Dit eerste deel van het proefschrift wordt afgesloten met een methodologisch hoofdstuk dat het onderzoeksdesign, de datacollectie en -analyse en enkele methodologische reflecties behandelt. Een vergelijkende en kwalitatieve aanpak is hierbij de leidraad voor dit hoofdstuk.Het empirisch luik van het proefschrift onderscheidt drie componenten. Ten eerste, wordt een longitudinale analyse gepresenteerd van coördinatie-initiatieven over een periode van 25 jaar voor Nieuw-Zeeland, het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Frankrijk. Naast een beschrijvend-vergelijkende aanpak, onderzoekt deze analyse ook het belang van de politiek-administratieve en culturele context om tot een beter begrip te komen van de geobserveerde coördinatietendensen. Vervolgens worden coördinatie-initiatieven voor Nieuw-Zeeland en het Verenigd Koninkrijk bekeken binnen het domein van de ontwikkelingssamenwerking, eveneens vanuit een longitudinaal en vergelijkend standpunt. Dit tweede luik laat toe het belang van sector-specifieke tendensen te onderzoeken, alsook de parallellen en divergenties te exploreren van een bepaalde sector ten opzichte van het nationale niveau (zijnde, de coördinatie-tendensen voor een land waarbij de verschillende beleidsdomeinen op een geaggregeerd niveau worden bekeken, zoals behandeld in het eerste empirisch hoofdstuk). Tenslotte, behandelt een laatste empirisch hoofdstuk een detailanalyse van het beslissingsproces van enkele specifieke coördinatie-initiatieven. Hierbij focust dit hoofdstuk zich op twee recente gevalsstudies uit Nieuw-Zeeland (‘Strategic Result Areas’ en ‘Review of the Centre’).In conclusie, worden vier elementen besproken :1 - de sterktes en zwaktes van een drieledig onderzoeksdesign;2 - een analyse van de complexiteit en toegevoegde waarde van het neo-institutionalisme als theoretische domein;3 - de mogelijkheid om coördinatiepraktijken te voeden met inzichten op basis van de voorgestelde conceptuele analyse;4 - pistes voor toekomstig onderzoek.
Publication status: published
KU Leuven publication type: TH
Appears in Collections:Public Governance Institute

Files in This Item:

There are no files associated with this item.

Request a copy

 




All items in Lirias are protected by copyright, with all rights reserved.