ITEM METADATA RECORD
Title: Factors affecting the maximal isokinetic power-cadence relationship in cycling and their relation with pedaling technique
Other Titles: Beïnvloedende factoren van de maximale isokinetische vermogen-trapfrequentierelatie en de relatie ervan met het trappatroon bij fietsen
Authors: Koninckx, Erwin
Issue Date: 11-Apr-2008
Abstract: De optimalisatie van een proces is inherent verbonden aan het beoogde doel. Voor een atleet hangt dit doel uiteraard samen met het vereiste prestatieniveau in een concrete wedstrijdsituatie. Welnu, vermogensmeting op de fiets bij wedstrijden op topniveau maakte duidelijk dat tijdens de beslissende fases (demarrages, passages op een steil stuk van een klim, eindsprint) in verschillende wedstrijddisciplines het uitermate belangrijk is om op korte tijd veel vermogen te kunnen leveren. Naast een excellent uithoudingsvermogen dient een succesvol elite renner dus te beschikken over een uitstekend piekvermogen voor inspanningen van korte duur. In aanvulling hierop is het evident dat het potentieel van de renner in alle omstandigheden zo efficiënt mogelijk aangewend dient te worden om snelheid te ontwikkelen. Vertaald naar fietsen betekent dit dat de traptechniek bij elite renners eveneens zo goed mogelijk dient te zijn. Tot op heden is er weinig geweten over de specifieke karakteristieken van elite renners op het vlak van kortstondige vermogens output als functie van de trapfrequentie en de bijhorende traptechniek. Het doel van dit doctoraatsproject was dan ook het belang van elk van deze aspecten in het licht van het vereiste prestatieprofiel van de renner in detail te bestuderen. Een eerste belangrijke stap om deze doelstelling te verwezenlijken was de ontwikkeling van een isokinetische ergometer die toelaat om maximale en submaximale vermogens te meten over een brede waaier van trapfrequenties in combinatie met de registratie van de traptechniek via het crankkoppelverloop. Vervolgens werd er in drie praktijkgerichte studies aangetoond op welke wijze deze methodologie kan bijdragen tot een betere evaluatie en optimalisatie van het fietsprestatievermogen. Een eerste studie onderzocht het potentieel van een experimenteel pedaalsysteem dat zorgt voor de variatie van de hefboomsarm tijdens het pedaleren. De resultaten geven aan dat vergeleken met een klassiek pedaalsysteem het maximale sprintvermogen toeneemt over een ruim trapfrequentiebereik (40 tot 120 tpm). Bovendien vormt de analyse van de geregistreerde verandering in het bijhorende crankkoppelverloop de basis voor de verdere optimalisatie van het experimentele pedaalsysteem. Studie twee had tot doel het specifieke kortstondige vermogensprofiel en de traptechniek van elite renners te identificeren. Hieruit blijkt dat elite renners alleen bij lage trapfrequenties (40 tpm) een groter maximaal vermogen kunnen leveren dan getrainde recreatieve fietsers. Aangezien er geen verschil in crankkoppelverloop was suggereert dit op een grotere functionele spierkracht bij elite renners. Rekening houdend met de bevindingen in studie twee, ging een laatste studie het effect van twee verschillende types krachttraining na op het maximale vermogensprofiel en de bijhorende traptechniek. Omdat zowel klassieke krachttraining in zaal als krachttraining op de fiets aan lagere trapfrequenties bij elite renners populaire trainingsvormen ter verbetering van het prestatievermogen zijn, werden beide trainingsvormen met elkaar vergeleken. De fietskrachttraining werd in isokinetische mode uitgevoerd en de zaalkrachttraining beperkte zich tot een programma voor de beenstrekkers. Na 12 weken leverden beide trainingsvormen een aanzienlijke winst in maximaal vermogen op (~15%) bij 40 tpm. Bij de hogere trapfrequenties was er enkel na de zaalkrachttraining een duidelijke winst in vermogensoutput (~10%). Bovendien was het coördinatiepatroon bij de hogere trapfrequenties na de isokinetische krachttraining verstoord. Naar de trainingspraktijk toe geven de resultaten dus aan dat voor het verhogen van de explosiviteit en de vermogensoutput bij hoge trapfrequenties op de fiets best aan zaalkrachttraining wordt gedaan. Het is niet duidelijk of een opeenvolging van beide trainingsvormen tot nog grotere winst binnen een bepaald trapfrequentiebereik kan leiden. In dit docotoraatsproject werd een nieuwe methodologie ontwikkeld voor het gedetailleerd analyseren en bijsturen van het trainingsproces ter verbetering van de kortstondige maximale vermogensoutput. Naast de gedetailleerde analyse van het maximale vermogensprofiel werd aangetoond dat de analyse van de traptechniek een belangrijk gegeven is binnen de optimalisatie van het trainingsproces. In verder onderzoek dienen de bevindingen van dit werk geïntegreerd te worden in een multidisciplinaire aanpak die tot doel heeft alle prestatiebepalende factoren nauwkeurig af te lijnen en te analyseren. Hierbij moet gestreefd worden naar het identificeren van de vermogen – trapfrequentie – volhoudtijd relatie die toelaat het profiel van de renner af optimaal te stemmen op de vereisten van verschillende wedstrijdspecifieke condities.
Publication status: published
KU Leuven publication type: TH
Appears in Collections:Exercise Physiology Research Group

Files in This Item:

There are no files associated with this item.

Request a copy

 




All items in Lirias are protected by copyright, with all rights reserved.