ITEM METADATA RECORD
Title: Subcellular targeting of Protein Phosphatase-1 and its regulators Inhibitor-3 and Sds22
Other Titles: Lokalisatie van Proteïnefosfatase-1 en zijn regulatoren Inhibitor-3 en Sds22
Authors: Lesage, Bart
Issue Date: 22-Feb-2008
Abstract: In hogere eukaryoten is eiwitfosforylering zonder meer de belangrijkste posttranslationele modificatie. Inderdaad, ongeveer een derde van alle eukaryote proteïnen wordt op specifieke serines, threonines of tyrosines gefosforyleerd. Het covalent binden van een fosforylgroep aan een proteïne kan de activiteit van een enzym of de levensduur ervan veranderen. Op deze manier speelt reversiebele fosforylering een belangrijke rol in de regulering van zowat alle cellulaire processen in eukaryoten, zoals bijvoorbeeld het metabolisme, de celcyclus en de proteïnensynthese. Deze thesis behandelt hoofdzakelijk het Ser/Thr fosfatase PP1, dat een lid is van de PPP familie. PP1 komt niet vrij voor in cellen, maar is altijd geassocieerd met een of meerdere polypeptiden die de activiteit of het transport van het holoënzym regelen.PP1 komt veelvuldig voor in de kern, maar het mechanisme van dit kerntransport is echter nooit onderzocht. Deze studie toont aan dat het voorspelde NLS in PP1 niet functioneel is. Onze data suggereren dat de nucleaire translocatie van PP1 afhankelijk is van de binding aan sommige, maar niet alle nucleaire regulatorische subeenheden met een functioneel PP1 binding RVXF-motief. Sds22, waarvan reeds gesuggereerd werd dat het in gist een belangrijke rol speelt in het nucleaire transport van PP1, blijkt in zoogdieren niet verantwoordelijk te zijn voor het transport van PP1 naar de celkern.Binnen de celkern vertonen de drie belangrijkste isovormen van PP1 (PP1alfa, PP1beta, PP1gamma1) een overlappende, maar ook deels verschillende lokalisatie. Deze verschillende lokalisatie is waarschijnlijk te wijten aan verschillende affiniteiten van de isovormen voor verschillende regulatorische subeenheden. Gezien de nagenoeg identieke katalytische kern hebben we het belang van de extremiteiten onderzocht (N-terminus en C-terminus). Onze data tonen aan dat het niet de C-terminus is die het verschil bepaalt, maar wel de weinig variabele N-terminus. Uit de resultaten bleek daarenboven dat het veranderen van 1 aminozuur, namelijk Arg20 bij PP1g, bepalend was voor de nucleolaire accumulatie. Het muteren van dit residu in de drie isovormen naar een Ala, suggereert dat het de aanwezigheid is van een Gln die een nucleaire accumulatie verhindert.Een steeds vaker voorkomend gegeven in het PP1 veld is dat de katalytische eenheid met meer dan één polypeptide associeert. In een laatste deel hebben we een nieuw heterotrimeer complex beschreven bestaande uit I3, Sds22 en PP1. Op basis van preliminaire data blijkt dat I3 een rol zou hebben in het transport van het complex, terwijl Sds22 als regulator van de PP1-activiteit zou fungeren. We hebben aangetoond dat I3 PP1 naar de kern kan transporteren, terwijl Sds22 op een tijdsafhankelijke manier, de conformatie van PP1 kan veranderen in een inactieve status. Meer nog, dit inactieve complex bestaande uit Sds22, PP1 and I3 kon ook teruggevonden worden in vivo in cellysaten. De exacte fysiologische rol van dit complex blijft echter nog een mysterie. Gezien dit complex ook voorkomt in gist, verwachten we dat de functie bewaard is gebleven gedurende de evolutie. Het identificeren van de fysiologische rol van het heterotrimere complex zal in de nabije toekomst dan ook onze hoogste prioriteit vormen.
Publication status: published
KU Leuven publication type: TH
Appears in Collections:Laboratory of Biosignaling & Therapeutics

Files in This Item:

There are no files associated with this item.

Request a copy

 




All items in Lirias are protected by copyright, with all rights reserved.