ITEM METADATA RECORD
Title: The limits of indeterminacy: Lefort, Gauchet and Rosanvallon on democracy and political representation
Other Titles: The limits of indeterminacy: Lefort, Gauchet and Rosanvallon on democracy and political representation.
Authors: Weymans, Wim
Issue Date: 19-Dec-2005
Abstract: Centraal in dit onderzoek staat een tot nu toe relatief onbekende theori e van sociale identiteit, zoals die werd ontwikkeld door Claude Lefort ( °1924) en zijn twee leerlingen, Marcel Gauchet (°1946) en Pierre Rosanva llon (°1948). Deze drie denkers geloven dat de identiteit van de samenle ving slechts mogelijk is omdat de leden van die samenleving verwijzen na ar een punt dat hen tegelijk ook ontsnapt (zoals ‘de natie’). Daar waar de meeste andere politieke theoretici de identiteit van de samenleving b epalen als immanent (als iets wat vatbaar is), zien de Franse politieke denkers het als transcendent (als iets wat ons uiteindelijk ontsnapt). I n het eerste hoofdstuk van het proefschrift wordt eerst hun visie op de vorming van maatschappelijke identiteit in het algemeen uitgelegd waarna in het tweede hoofdstuk wordt verduidelijkt hoe in democratische samenl evingen deze identiteit niet langer a priori vastligt maar wezenlijk onb epaald blijft en daardoor ook het voorwerp wordt van politiek debat. Ik argumenteer dat deze visie op democratie is gebouwd op een hiërarchische oppositie tussen een onbepaalde identiteit en concrete bepalingen, waar bij onbepaaldheid als meer ‘authentiek’ wordt gezien dan deze bepalingen . In het proefschrift wordt nagegaan wat de kracht en de grenzen van een dergelijke oppositie zijn. De kracht van deze tegenstelling ligt in het feit dat het deze Franse th eoretici van de democratie toelaat om bepaalde theorieën en praktijken a ls ideologisch te ontmaskeren, zoals in het derde en het vierde hoofdstu k wordt getoond. Het derde hoofdstuk legt uit hoe deze Franse theoretici argumenteren dat Jakobijnse, bourgeois-liberale en Marxistische discour s ideologisch zijn omdat ze de onbepaalde identiteit van de samenleving in substantiële termen bepalen. De Franse auteurs verklaren niet alleen waarin de aantrekkingskracht van een dergelijke bepaling ligt, maar ook waarom deze bepaling faalde, zowel in theorie als in praktijk. In werkel ijkheid ontstond een democratisch compromis waarbij pluraliteit werd gec ombineerd met een sterke quasi-substantiële eenheid en identiteit (zoals uitgedrukt in een sterke staat, sociale klassen, traditionele ideologie ën en gedeelde waarden). Het vierde hoofdstuk toont hoe dit compromis vanaf de jaren 1970 verdwij nt omdat de traditionele collectivistische ideologieën en de staat hun m acht verliezen in een steeds verder geïndividualiseerde samenleving. Dez e gewijzigde werkelijkheid leidt echter tot nieuwe ideologieën. Zo is er om te beginnen de realistische visie waarin sociale orde wordt herleid tot machtsstructuren. Daarnaast is er ook het liberale paradigma waarin wordt gesteld dat de samenleving kan worden georganiseerd op basis van p rocedures die neutraal zijn tegenover particuliere waarden. Maar welke p rocedures? Marktgerichte liberalen passen het model van de onzichtbare h and toe op politiek en samenleving in het algemeen. Neo-kantiaanse norma tieve liberalen argumenteren daarentegen dat individuen ook zelf een onp artijdig perspectief moeten innemen. Voor liberale denkers die een radic aal autonome samenleving voorstaan, veronderstelt een echt neutrale proc edure een actieve participatie van alle burgers in politiek. Denk aan Cl astres’ onderzoek naar samenlevingen tegen de staat, aan Arendts ideaal van de Griekse polis of aan Skinners poging om een republikeins ideaal v an zelfregering te doen herleven. Naast deze liberale denkers zijn er te nslotte ook populisten die suggereren dat de stem van ‘het volk’ onmidde llijk en onvervormd is gegeven (in de media of op de straat) onafhankeli jk van politieke instellingen. In het vijfde hoofdstuk wordt onderzocht hoe de Franse theoretici van de democratie de huidige nieuwe fase van de democratie inschatten. Vergele ken met democratieën van voor de jaren 1970, wordt in hedendaagse democr atieën collectieve onbepaaldheid veel meer aanvaard, wat onder meer blij kt uit het feit dat traditionele collectivistische ideologieën verdwijne n en individuen zich eindelijk lijken geëmancipeerd te hebben van groepe n die in het verleden hun identiteit nog bepaalden. Aangezien de Franse theoretici democratie als wezenlijk onbepaald definiëren, beschouwen ze deze evolutie als een duidelijke vooruitgang van de democratie. Tegelijkertijd moeten deze denkers echter toegeven dat sociale integrati e in hedendaagse democratieën problematisch is geworden. Individualiseri ng en de crisis van de politieke representatie zijn in dat opzicht sympt omatisch. Ironisch genoeg, kon het oude compromismodel van de democratie sociale integratie beter garanderen uitgerekend dankzij predemocratisch e collectieve bepalingen (sociale klassen, gedeelde waarden, een quasi-r eligieuze staat of traditionele ideologieën). Precies vanwege het succes van de democratie, verdwijnen deze ‘predemocratische’ elementen, wat so ciale integratie bemoeilijkt. Een volwassen democratische samenleving (d ie de onbepaaldheid van haar leidende principes lijkt te aanvaarden) ver liest paradoxaal genoeg haar vermogen om haar samenhang te ervaren en zi chzelf voor te stellen. Deze denkers worden daardoor met een ‘double bin d’ geconfronteerd: ook al beseffen ze dat sociale integratie in democrat ische samenlevingen op basis van onbepaaldheid problematisch is geworden , toch kunnen ze dit probleem niet oplossen aangezien meer maatschappeli jke bepaling volgens hun theorie minder democratie impliceert. In het zesde hoofdstuk argumenteer ik dat deze double bind het resultaat is van de hiërarchische oppositie tussen bepaling en onbepaaldheid. Dit verklaart waarom deze denkers de hedendaagse democratie exclusief inter preteren in termen van ‘authentieke’ onbepaaldheid en waarom ze daardoor worden verhinderd om premoderne ‘inauthentieke’ bepaling als oplossing te overwegen. Bij wijze van amendement stel ik voor om bepaling niet langer te zien al s ondergeschikt en tegengesteld aan onbepaaldheid, maar juist als een aa nvulling die de onbepaaldheid steeds ook ‘contamineert’. Een democratie kan juist bloeien, dankzij (en niet ondanks) bepaalde of ‘imaginaire’ el ementen die onbepaaldheid bepalen of visualiseren (zoals concrete beslis singen of de persoonlijkheid van politici) en die net de democratische o nbepaaldheid bewaren (en dus niet noodzakelijk anti- of predemocratisch zijn). Zij zijn constitutief voor de democratie en niet langer ‘suppleme nten’ die zichzelf moeten wegcijferen. Door dit amendement wordt het mak kelijker om het hedendaagse probleem van sociale integratie op te lossen .
Publication status: published
KU Leuven publication type: TH
Appears in Collections:Centre for Ethics, Social and Political Philosophy
Education, Culture and Society

Files in This Item:

There are no files associated with this item.

Request a copy

 




All items in Lirias are protected by copyright, with all rights reserved.