ITEM METADATA RECORD
Title: Varkensbeheer in het Romeinse en vroeg-Byzantijnse Sagalassos (Turkije): een archeozoölogische benadering
Other Titles: Pig husbandry at Roman and early Byzantine Sagalassos (Turkey): an archaeozoological approach.
Authors: Vanpoucke, Sofie
Issue Date: 13-Jun-2008
Abstract: Varkensbeheer in het Romeinse en vroeg-Byzantijnse Sagalassos (Turkije): een archeozoölogische benaderingDit proefschrift kadert in het interdisciplinair onderzoek van het ‘Sagalassos Archaeological Research Project’ dat in 1990 van start ging onder leiding van Prof. Dr. Marc Waelkens van de K.U.Leuven. De archeologische site van Sagalassos is een Romeins-Byzantijnse stad gelegen in het zuidwesten van Turkije. In dit proefschrift staan de varkenstanden van Sagalassos, meer bepaald de vierde melkpremolaar (Pd4) en de drie molaren (M1, M2 en M3) van de onderkaak centraal. De onderzochte varkenstanden komen uit contexten van drie grote occupatieperiodes: de volle Keizertijd(25BC/25AD - 300AD), de laat-Romeinse periode (300AD - 450AD) en de vroeg-Byzantijnse periode (450AD/475AD - 640AD/650AD). Allereerst werd aan de hand van de slijtagefases van de molaren de slachtleeftijd van de dieren achterhaald. Deze analyse gaf aan dat de slacht op een vroege leeftijd gebeurde, wat typisch is voor dieren die enkel instaan voor vleesproductie en geen secundaire producten leveren. Door middel van metingen van het dentaal en postcraniaal materiaal is ook de evolutie van de afmetingen van de dieren onderzocht. De varkens blijken tijdens de Romeinse periode significant groter te zijn dan tijdens de latere vroeg-Byzantijnse periode; zowel genetische als omgevingsgebonden factoren kunnen aan de basis hiervan liggen. Vervolgens werden de varkenstanden zowel op macroscopisch als op microscopisch niveau onderzocht op lineaire emailhypoplasie (LEH of ‘linear enamel hypoplasia’). Dit is een aandoening van het email die zich kan voordoen tijdens de vormingsfase van de tandkroon en die zich manifesteert als horizontale lijnen of depressies op de tandkroon. Dit tanddefect kan het gevolg zijn van zowel fysiologische als voedselstress. Het voorkomen van deze afwijking kan in een eerste instantie aangewend worden om de plaats te achterhalen waar de dieren gehoed werden (bos versus stal). Indien de varkens in bossen gehoed werden, kan de frequentie van LEH daarenboven gebruikt worden als hulpmiddel bij de reconstructie van het vroegere bosbestand. Bij de varkens van Sagalassos stelt men een lichte daling vast in het voorkomen van LEH vanaf de laat-Romeinse periode die samen gaat met een palynologisch vastgestelde regeneratie van het bosbestand. Dit verband suggereert dat de varkens te Sagalassos hoogstwaarschijnlijk in de nabijgelegen bossen gehoed werden. Bovendien wijst het veelvuldig voorkomen van depressies op de tweede en derde molaar (ten gevolge van voedselschaarste tijdens de winterperiode) ook in de richting van het hoeden van varkens in bossen. Deze depressies zouden immers niet voorkomen als de varkens in stallen gekweekt werden en het hele jaar door gevoederd werden. Ook de vergelijking van de hypoplasie-index van de varkens te Sagalassos met de indices van recente en archeologische everzwijnpopulaties uit de zuidwest-Aziatische regio versterkt het vermoeden dat de varkens te Sagalassos eerder buiten gehoed werden dan dat ze in stallen gehouden werden. Als extra analyse om de plaats te achterhalenwaar de varkens gehouden werden, werd tenslotte een onderzoek van de microslijtage (microwear) van de varkenstanden uitgevoerd. Vroeger onderzoek van varkenspopulaties toonde immers aan dat het mogelijk is om stalgevoederde varkens op basis van hun microwearpatroon te onderscheiden van vrijlevende varkens. Zowel met univariate als multivariate technieken werd het microwearpatroon van de varkens van Sagalassos vergeleken met dat van respectievelijk stalgevoederde en vrijlevende varkens om een uitspraak te kunnen doen over het beheer van de soort te Sagalassos. De resultaten gaven aan dat de varkens te Sagalassos eerder een apart type microwear vertonen, maar dat de verschillen met de stalgevoederde dieren het grootst waren. Een verklaring voor het differentiële microwearpatroon van de varkens te Sagalassos kan mogelijk in de ondergrond van de sites liggen. Het territorium van Sagalassos bestaat, in tegenstelling tot de meeste referentie-sites, hoofdzakelijk uit kalksteenbodems die te zacht zijn om het email te krassen. Om na te gaan of de bodemeigenschappen effectief de oorzaak zijn van het verschillende microwearpatroon zullen in de toekomst de tanden van vrijlevende dieren uit de regio van Sagalassos onderzocht moeten worden. Het onderzoek naar hypoplasie kan ook aangewend worden om na te gaan hoe de varkensteelt werd georganiseerd in het verleden. Door de positie van de winterdepressies op de tweede en derde molaar kan onderzocht worden of de varkens één of twee maal per jaar wierpen. De resultaten op het tandmateriaal van Sagalassos tonen aan dat de varkens op deze site slechts één keer per jaar, meer bepaald in de lente, jongden.
Publication status: published
KU Leuven publication type: TH
Appears in Collections:Laboratory for Animal Biodiversity and Systematics (-)
Ecology, Evolution and Biodiversity Conservation Section
Archaeology, Leuven

Files in This Item:

There are no files associated with this item.

Request a copy

 




All items in Lirias are protected by copyright, with all rights reserved.