ITEM METADATA RECORD
Title: Transcendentie in immanentie. Goddelijke hoogtes en laagtes met Heidegger, Deleuze en Derrida.
Other Titles: Transcendence in Immanence. Divine Heights and Depths with Heidegger, Deleuze and Derrida.
Authors: Justaert, Kristien
Issue Date: 28-May-2009
Abstract: Transcendentie in immanentie. Goddelijke hoogtes en laagtes met Heidegger, Deleuze en Derrida De goddelijke liefde laat zich niet grijpen, niet representeren. Zij strekt zich uit boven alle wetten, regels en tradities. Hoe kan een theoloog in zijn of haar denken trouw blijven aan deze paradox van de ‘goddelijke vrijgevigheid’? Ze is de kern van de traditie, maar overstijgt deze tegelijk voortdurend. Het is die niet-representeerbare kern van de traditie die wij in dit proefschrift centraal willen stellen. Deze kern is immers de ‘topos’ van de goddelijke transcendentie. Het is met andere woorden de bedoeling om op zoek te gaan naar een manier waarop wij vandaag waakzaam kunnen blijven voor het niet-representeerbare karakter van de transcendentie, zonder echter onze verhouding tot deze transcendentie op te geven. Theologisch situeren we ons project daarbij in het kader van een zoektocht naar een alternatief voor een theïstische metafysica of ontologie (tenminste wanneer transcendentie verstaan wordt in termen van een ontologische bovennatuur), zonder evenwel vragen van ontologie en metafysica uit de weg te gaan (de bestudeerde auteurs hebben zich daar immers expliciet mee bezig gehouden). Meer specifiek gaan we bij wijze van filosofische propedeuse op de theologie op zoek naar alternatieve filosofische mediaties die ons vandaag zouden kunnen helpen in het herdenken van de spanning tussen transcendentie en immanentie binnen de beschreven paradox. Die zoektocht naar transcendentie voorbij de representatie zal worden benaderd aan de hand van het denken van drie ‘postmoderne’ filosofen: Martin Heidegger, Gilles Deleuze en Jacques Derrida. Alledrie hebben zij kritiek geleverd op het representatiedenken, ervan overtuigd dat het wezen van het leven, van het Zijn, voorbij de representatie gedacht dient te worden. Zij associëren de logica van de representatie immers met een denken in termen van identiteit, een denken dat geen echte andersheid (Derrida) of nieuwheid (Deleuze) kan respecteren of voortbrengen.Concreet bestaat de uitwerking van onze onderzoeksvraag – per besproken auteur – uit twee delen: ten eerste stellen we de vraag op welke manier zij zich verhouden tot de representatie, hoe de kritiek daarop luidt; en ten tweede gaan we na wat hun alternatief is. Bij het bestuderen van dit alternatief zal duidelijk worden dat de transcendentie die zij denken, nauw verbonden is met de immanentie. Met hun afwijzen van de representatielogica keren Heidegger, Deleuze en Derrida zich dan ook tegen een te strikte scheiding van transcendentie en immanentie. Deze denkers zullen ons dus tonen dat, voorbij de representatie, transcendentie en immanentie niet los van elkaar gedacht kunnen worden, in die mate zelfs dat we (alleszins in het geval van Heidegger en Derrida, en met de uitdrukking van Husserl) zullen spreken over ‘transcendentie in de immanentie’. In deel I werken we de onderzoeksvraag uit met het denken van Heidegger. We vragen ons af of hij, in zijn alternatief voor de representatie, een transcendent of een immanent denken heeft ontwikkeld. Het onderzoek wees uit dat Heidegger hierin ambigu blijft: enerzijds loopt er een transcendente lijn door zijn denken die het Zijn als Niets denkt, als transcendent aan de zijnden, maar anderzijds wordt deze lijn ook steeds vergezeld door een immanent zijnsdenken, waarbij particuliere zijnden als heel nabij aan het Zijn worden gedacht.Omwille van deze ambiguïteit zetten we ons onderzoek verder met twee andere filosofen, die ons inziens elk één lijn in het denken van Heidegger hebben verder-gedacht: Deleuze helpt ons met het doordenken van de immanente lijn (deel II); Derrida met het denken van een transcendentie (deel III).Het tweede deel is dus gewijd aan de manier waarop Deleuze een zuivere immanentie voorbij de representatie probeert te denken. In zijn ogen installeert het denken van transcendentie immers steeds een dualiteit die aanleiding geeft tot een representatiedenken. Als we de logica van de representatie achter ons willen laten, moeten we, aldus Deleuze, een immanent denken ontwikkelen. Voorbijgaan aan de logica van de representatie betekent voor Deleuze ook het opgeven van het subject en het uiteindelijke opgaan van alle zijnden in de stroom van het Zijn. Deleuze creëert een univook wereldbeeld waarbij alle zijnden, onafhankelijk van elkaar, uitdrukking zijn van het ene Zijn, een Zijn dat tegelijk als ‘differentie’ wordt gedacht.Derrida onderneemt tenslotte wel een poging om transcendentie te denken, maar daarbij laat hij de representatielogica niet volledig achter. Wel gaat hij, binnen (de immanentie van) het representatiedenken, op zoek naar breuken in de logica waar zich de zogenaamde différance toont: het ongrijpbare verschil dat nooit gerepresenteerd kan worden, maar dat wel de mogelijkheidsvoorwaarde is voor elke representatie. De breukmomenten zijn plaatsen waar de transcendentie zich – te midden van de immanente representatie – aandient. Bij wijze van illustratie hebben we de concepten van liefde, dood en wet uitgewerkt als ‘topoi’ in de immanentie waar transcendentie doorbreekt.Uit dit onderzoek blijkt dat het niet evident is (althans niet voor Heidegger, Deleuze en Derrida) om transcendentie voorbij de representatie te denken. De dimensie ‘voorbij’ de representatie dient in de eerste plaats immanent (of vanuit de immanentie) gedacht te worden. De transcendentie kan dan misschien niet geconcipieerd worden binnen een representatielogica, ze mag ook niet gekatapulteerd worden naar een andere ‘orde’, die, afgebakend en wel, het risico loopt om opnieuw gerepresenteerd te worden. (Dit mogelijke probleem hebben we bijvoorbeeld duidelijk in bepaalde interpretaties van Deleuze zien opduiken.) Datgene wat ons overstijgt, kan ons met andere woorden ook ‘immanent’ ontsnappen. Dat wil zeggen: die gebeurtenissen blijven en gebeuren ‘in ons midden’, maar niet in een gerepresenteerde, kenbare vorm. Zowel bij Heidegger als bij Deleuze en Derrida laat het denken van transcendentie en/of immanentie voorbij de representatie een transformatie toe van de representatieve orde, die kan werken op kleine, maar mogelijk ook op grotere schaal. In de lijn van Derrida’s filosofie spreekt de Franse filosofe en psychoanalytica Julia Kristeva bijvoorbeeld over een ‘intieme revolte’, een innerlijke transformatie in de mens, die niet representeerbaar is (vandaar de term ‘intiem’), maar waarvan wel getuigenis kan afgelegd worden in de symbolische orde (met name als breuk). Kunst, of het moederschap, kunnen bijvoorbeeld transformerende ervaringen zijn, maar ook de liefde of de dood. Ook Deleuzes overstijgen van het subject, de zelftranscendentie, kan gezien worden als de transformerende werking van een immanentie voorbij de representatie. Deleuze beschrijft eveneens een ‘permanente revolutie’ op wereldschaal, een politiek die alle hiërarchieën uit de wereldorde dient te verdrijven. Opnieuw kan het denken van Derrida en Deleuze gezien worden als een verderzetten van Heideggers intuïties met betrekking tot de transformatie van het Dasein en de wereld. Deze onderzoeksresultaten indachtig, kunnen we ons inziens de dialoog met de theologie het best openen met een bepaalde verschijningswijze van de theologie, namelijk de bevrijdingstheologie. Naast de mogelijkheid tot transformatie van de bestaande orde, valt in de alternatieven van Heidegger, Deleuze en Derrida ook op dat zij twee belangrijke accenten leggen van waaruit ook een dialoog met de bevrijdingstheologie geopend kan worden. Deze accenten zijn enerzijds spiritualiteit en anderzijds politiek. Het denken van transcendentie in de immanentie blijkt met andere woorden nauw verbonden met persoonlijke en maatschappelijke transformatie. Via de aandacht voor deze transformaties is het mogelijk om een concrete dialoog met de bevrijdingstheologie aan te gaan; deze theologie kenmerkt zich immers door het centraal stellen van individuele en sociale bevrijding, van ‘mystiek en verzet’ (Sölle).Concreet hopen wij vooral op een vruchtbare dialoog van de bevrijdingstheologie met het denken van Deleuze en Derrida. Heideggers denken evolueerde immers naar een hiërarchisch immanent zijnsdenken, waarbij bepaalde zijnden voorrang kregen op andere (wat betreft de mate waarin zij het Zijn uitdrukken). Als gevolg daarvan zouden opnieuw uitsluitingsmechanismen kunnen ontstaan.Een tweerichtingsverkeer tussen de bevrijdingstheologie en het denken van Derrida en Deleuze kan ons inziens niet alleen bijdragen aan een meer creatieve lezing van beide denkers, maar ook aan een re-articulatie van bepaalde bevrijdingstheologische aspecten vanuit hun inzichten met betrekking tot de verankering van transcendentie in immanentie, vanuit hun de waakzaamheid voor uitsluitingsmechanismen en – opvallend in het geval van Deleuze – vanuit zijn weigering om het absolute (God of het Zijn) in te perken. De discussie is hiermee verre van gesloten, maar met het denken van Derrida en Deleuze omtrent transcendentie/immanentie voorbij de representatie, werden alvast twee mogelijke filosofische mediaties voorgesteld voor een dialoog met een bevrijdingstheologie die zich wil inspireren aan wat voorbij de representatie, voorbij machtsstructuren ligt, kortom, die wil getuigen van de goddelijke vrijgevigheid.
Table of Contents: Woorden van dank i
Inhoudstafel iii
Geraadpleegde werken vii
Lijst der afkortingen xxv


Inleiding. Wijsgerige propedeuse op een theologie van de ‘goddelijke vrijgevigheid’ xxix



Deel I. Heidegger en de wending van de zijnden naar het Zijn: opening
naar transcendentie of wenteling in de Heimat?

Inleiding. Heidegger over transcendentie 3
Hoofdstuk 1. Voorbij de representatie. Uitbraak uit de zijnden 11
1.1 De techniek 12
1.2 Ontotheologie. Alles is theologie 25
1.3 Ontologische differentie of ontologie van de differentie? 31
1.3.1 Het onderscheid tussen Zijn en zijnden 33
1.3.2 Het onder-scheid: Zijn als differentie 37
1.3.3 Het lot van de zijnden 39
1.3.4 Besluit: ontologische differentie en transcendentie 43

Hoofdstuk 2. Heideggers alternatief: Ereignis. De weg naar revolutie
of gelatenheid? 45
2.1 Zijn en Niets. Dasein, Ereignis en transcendentie 51
2.1.1 De theorie 53
2.1.2 De praktijk. Van een ommekeer in het erzijn naar de revolutie
van het Duitse volk 63
2.2 Zijn en alles. Ereignis en immanentie voorbij de representatie 70
2.2.1 Heideggers immanente wending: de roep van het Zijn
en het gelaten antwoord van de mens 72
2.2.2 Wonen in het huis van het Zijn: Heimat – poëzie – Geviert 75
2.3 Besluit. Een blijvende ambiguïteit 84




Deel II. De immanente weg. Gilles Deleuze en het heil van het Zijn

Inleiding. Ontmoeting met Deleuze 87

Hoofdstuk 3. Voorbij de representatie: Deleuzes filosofische project 95
3.1 Het beeld van het denken 97
3.2 Ontologie van de differentie 107
3.2.1 Differentie 111
3.2.2 Transcendentaal empirisme 117
3.2.3 Immanentieveld: het leven, niets dan het leven… 130

Hoofdstuk 4. Vrouw-worden. Deleuzes heilsproject 137
4.1 Leven 138
4.2 Worden 145
4.2.1 Het ‘begin’: vrouw-worden 149
4.2.2 Onderweg: minderheden, revoluties 154
4.2.3 Het ‘doel’: onwaarneembaar-worden 158
4.3 Ontsnappen 161
4.4 Conclusie: een filosofie met een heilsperspectief? 163

Hoofdstuk 5. Mystiek of verzet. Deleuzes theologie 165
5.1 Van ‘worden’ tot procestheologie? 168
5.2 Van ‘ontsnappen’ tot bevrijdingstheologie… 173
5.2.1 Deleuzes politiek van bevrijding 176
5.2.2 Kritiek op het politieke visioen van Deleuze 196
5.3 …Of naar een ontologie voor de westerse boeddhist? 205
5.4 Besluit 210



Deel III. Jacques Derrida. Het transcendente spoor

Inleiding. De geest van Derrida 215

Hoofdstuk 6. Voorbij de representatie? De tekst en zijn marges 221
6.1 De marges van de tekst. Derrida’s kritiek op de representatie 222
6.2 Stijlen van Derrida (met betrekking tot différance) 230
6.2.1 Différance en taal 231
6.2.2 Différance en chora 234

Hoofdstuk 7. Sporen van transcendentie. Liefde, wet, dood 249
7.1 Liefde 251
7.1.1 Onmogelijke liefde 252
7.1.2 Toepassing I: eros en agape 256
7.1.3 Toepassing II: Gemeenschap zonder gemeenschap 260
7.2 Wet 269
7.3 Dood 283
7.4 Besluit 289

Hoofdstuk 8. Spoken van Derrida. De lege vorm – plaats voor bevrijding
of nihilisme? 291
8.1 Mystiek 294
8.1.1 Heideggers bezinningen 295
8.1.2 Mystiek en immanentie: Deleuzes pantheïsme 297
8.1.3 Mystiek en transcendentie: Derrida’s structurele religie 302
8.2 Verzet 306
8.2.1 Politiek na de ontologische differentie: Heidegger en het Derde Rijk 307
8.2.2 Politiek en immanentie: Deleuzes micropolitieke revoluties 308
8.2.3 Politiek en transcendentie: onmogelijke democratie (Derrida)
en intieme revolte (Kristeva) 310
8.3 Besluit. Op weg naar een postmoderne bevrijdingstheologie? 315


Ter besluit 317
Publication status: published
KU Leuven publication type: TH
Appears in Collections:Research Unit Systematic Theology - miscellaneous

Files in This Item:
File Description Status SizeFormat
doctoraat Justaert.pdf Published 7080KbAdobe PDFView/Open Request a copy

These files are only available to some KU Leuven Association staff members

 




All items in Lirias are protected by copyright, with all rights reserved.