ITEM METADATA RECORD
Title: Dynamic, deontic and evaluative adjectives and their clausal complement patterns: A synchronic-diachronic account
Other Titles: Dynamische, deontische en evaluatieve adjectieven en hun patronen van zinscomplementatie: een synchroon-diachrone benadering
Authors: Van linden, An
Issue Date: 21-Feb-2009
Abstract: Dynamische, deontische en evaluatieve adjectieven en hun patronen van zi nscomplementatie: een synchroon-diachrone benadering An Van linden K.U. Leuven Deze dissertatie bestudeert de patronen van zinscomplementatie bij adjec tieven die niet-epistemische betekenissen uitdrukken, vanuit een synchro on en diachroon perspectief. Ze spitst zich toe op adjectieven, omdat de bestaande literatuur over complementatie en modaliteit tot dusver veel meer aandacht aan werkwoorden heeft besteed dan aan adjectieven. Voorbee lden van de bestudeerde constructies volgen in (1) tot (4). (1) There had followed a nightmare procession along the sewer for w hat felt like and doubtless was several miles. For the first part of the ir journey it was necessary to move doubled up, in a position of almost unbearable discomfort. After what seemed at least an hour but was probab ly ten minutes they reached mercifully, a larger, higher sewer tunnel an d could move upright. (CB, ukbooks) (2) Herbert Daniels, the group's founder, believes that it is essen tial to overcome the social stigma of Aids, which often means that peopl e with the virus lose their homes, jobs and families, and are effectivel y condemned to death by society. (CB, bbc) (3) The years immediately after the Second World War were particula rly scarred by the loss of many fine men who had survived the great haza rds of conflict only to lose their lives at the very cutting edge of aer onautical research and development. I believe it would be wholly appropr iate to record all their names and achievements together for posterity a t some honoured place. (CB, ukmags) (4) It may be known as the Royal Opera House but this was ballet's night. On February 20, 1946, it was the ballet that reopened Covent Gard en after the war with a performance of The Sleeping Beauty. So it was ri ght and proper that on Tuesday, 50 years to the day later, the historic reawakening of one of the world's great houses should be marked by the b allet again, and with Sleeping Beauty. (CB, times) Meer bepaald betoog ik dat de adjectivische constructies met geëxtrapone erde that- en to-zinnen drie types betekenis kunnen uitdrukken: (i) situationele dynamische noodzakelijkheid (cf. Nuyts 2006: 4), z oals in (1), (ii) deontische modaliteit in de zin van Nuyts et al. (To appear), met potentiële standen van zaken, zoals in (2) en (3), (iii) niet-modaal evaluatieve betekenis, een nieuw type dat ik hier introduceer en dat attitudinele oordelen of evaluaties over/van proposi tionele inhouden behelst, zoals in (4). Daarnaast toon ik aan dat de distributie van de adjectieven over deze dr ie conceptuele types lexicaal-semantisch bepaald is. Hierbij neem ik een onderscheid aan tussen twee semantisch coherente klassen van adjectieve n, namelijk sterke en zwakke. Dit onderscheid is te maken op basis van o nder andere intuïtieve gronden, aangezien essential en necessary in (1) en (2) een hogere graad van wenselijkheid of noodzakelijkheid uitdrukken dan appropriate en proper in (3) en (4) (cf. Övergaard 1995: 85; H uddleston and Pullum 2002: 997). De data laten zien dat sterke adjectiev en voorkomen in (i) en (ii), cf. (1) en (2), terwijl zwakke adjectieven gebruikt worden in (ii) en (iii), cf. (3) en (4). Deze conceptuele en le xicaal-semantische onderscheiden zijn geïntegreerd in een conceptuele ka art, die de ruggengraat van de dissertatie vormt. De hedendaags Engelse voorbeelden geven aan dat binnen elk van de drie conceptuele categorieën in de kaart, nog verfijningen kunnen aangebracht worden, waarvan sommig e constructioneel gemotiveerd zijn en gedeeltelijk gevulde constructies in de zin van Goldberg (1995) vormen. Naast een beschrijving van synchrone gegevens, omvat deze studie ook een uitgebreide diachrone component, gebaseerd op gegevens uit verscheidene historische corpora. Ze bestudeert namelijk de diachrone relaties tusse n de drie conceptuele categorieën in de kaart. Gevalstudies van niet-Ger maanse sterke adjectieven zoals essential en crucial tonen aan dat deze eerst dynamische betekenis ontwikkelen vanuit hun originele niet-modale betekenis, en pas later deontische betekenis, door subjectificatie van d e dynamische betekenis (cf. Traugott 1989). Een gevalstudie van niet-Ger maanse zwakke adjectieven leert ons dat deze eerst voorkomen in deontisc he uitdrukkingen en later niet-modaal evaluatieve betekenis ontwikkelen via ‘bridging contexts’. Buiten de diachrone relaties tussen de drie cat egorieën gaat deze studie ook dieper in op de types patronen van zinscom plementatie waar de deontisch-evaluatieve adjectieven in voorkomen, door heen de verscheidene historische periodes. Ze gaat de ontwikkeling van d e that- en to-zinnen na, en net als die van de distributie of onderlinge verhouding tussen deze twee types complementen, in de extrapositieconst ructie en haar voorloper, de onderwerploze constructie. Zo wordt duideli jk dat in de adjectivische constructies de to-zin frequenter wordt ten k oste van de that-zin in het Middelengels, zoals ook al werd aangetoond v oor werkwoordscomplementen door Los (1999, 2005). Als verklaring voor de ze verandering in distributie wordt analogie met de werkwoordelijke cons tructies aangehaald. Verschillend van bij de werkwoorden, gaat de to-zin in de adjectivische constructies stabiliseren ten opzichte van de that- zin (ongeveer 3:1) vanaf de Moderne periode. Voor deze latere periode, t en slotte, stel ik voor dat de zinsvariatie kan begrepen worden in terme n van lexicale determinatie en discourse factoren zoals informatiestruct uur. Referenties: Goldberg, Adele. 1995. Constructions: A construction grammar approach to argument structure (Cognitive theory of language and culture). Chicago: University of Chicago Press. Huddleston, Rodney and Geoffrey Pullum. 2002. The Cambridge Grammar of t he English Language. Cambridge: Cambridge University Press. Los, Bettelou. 1999. Infinitival complementation in Old and Middle Engli sh (LOT Dissertation Series 31). The Hague: Thesus. Los, Bettelou. 2005. The rise of the to-infinitive. Oxford: Oxford Unive rsity Press. Nuyts, Jan. 2006. Modality: Overview and linguistic issues. In William F rawley (ed.), The expression of modality. Berlin: Mouton. 1–26. Nuyts, Jan, Pieter Byloo, and Janneke Diepeveen. To appear. On deontic m odality, directivity, and mood: The case of Dutch mogen and moeten. Övergaard, Gerd. 1995. The mandative subjunctive in American and British English in the 20th century (Acta Universitatis Upsaliensis. Studia ang listica Upsaliensia 94). Stockholm: Almqvist and Wiksell. Traugott, Elizabeth Closs. 1989. On the rise of epistemic meanings in En glish: An example of subjectification in semantic change. Language 65 (1 ): 31–55.
Description: Diss. doct. Taal- en letterkunde: Germaanse talen
Publication status: published
KU Leuven publication type: TH
Appears in Collections:Functional and Cognitive Linguistics: Grammar and Typology (FunC), Leuven

Files in This Item:
File Status SizeFormat
thesis_avl_060109 A4 met kaft_inprint.pdf Published 2360KbAdobe PDFView/Open

 


All items in Lirias are protected by copyright, with all rights reserved.